HOOFDLIJN TWEEDE BEDRIJFSWONING BIJ AGRARISCHE BEDRIJVEN
De gemeente is terughoudend met het toestaan van een tweede bedrijfswoning en verleent alleen onder voorwaarden toestemming.
Om ‘verstening’ van het landelijk gebied tegen te gaan is de gemeente terughoudend in het toestaan van een tweede bedrijfswoning op een agrarisch erf. De mogelijkheden zijn alleen aanwezig voor een veehouderijbedrijf.
Bouw van een nieuwe woning is alleen toegestaan als het niet mogelijk is voldoende woonruimte tot stand te brengen door vergroting van de al aanwezige woning of door inpandige splitsing van de bestaande bedrijfswoning. Als dat niet kan met behoud van de bestaande karakteristiek van het hoofdgebouw, dan is een tweede vrijstaande bedrijfswoning mogelijk met een inhoud van maximaal 900 m³ (inpandige bedrijfsruimten inbegrepen). Als voorwaarde geldt dat de arbeidsbehoefte van het bedrijf tenminste twee volwaardige arbeidskrachten bedraagt en de tweede bedrijfswoning noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Er is ook zicht op een duurzame voortzetting (voldoende toekomstperspectief).
Bij verschil van inzicht over de noodzaak gaan gemeente en initiatiefnemer hierover met elkaar in gesprek. Daarbij kan de gemeente een onafhankelijke adviseur raadplegen. Ook andere regelingen bieden mogelijkheden om een tweede bedrijfswoning op het erf te realiseren, zoals met Rood voor Rood. Belangrijk aandachtspunt bij de bouw van een extra woning is dat de ruimtelijke kwaliteit verbetert en de ontwikkeling landschappelijk in te passen is.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.3
TWEEDE BEDRIJFSWONING BIJ AGRARISCHE BEDRIJVEN
Onderdeel van Beleidsregels Gids Buitenkans