Naar hoofdinhoud
1.. Het college beoordeelt conform artikel 10 en 11 van de Verordening Wmo de noodzaak tot aanpassing van de woning. Indien de noodzaak tot aanpassing van de woning is vastgesteld en de kosten van de woningaanpassing € 10.000,- of meer bedragen, dient de aanvrager te verhuizen naar een voor hem geschikte en beschikbare woning die voldoet aan het programma van eisen. 2.. Indien aan de aanvrager het verhuisprimaat zoals bedoeld in lid 1 is opgelegd, komt hij in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten. De hoogte van deze financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten bedraagt € 4580,-. Deze tegemoetkoming wordt éénmalig verstrekt. 3.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een tegemoetkoming in de kosten van aanpassing worden verstrekt indien: er medische redenen zijn waarom een verhuizing niet mogelijk is; er andere redenen zijn waardoor het redelijkerwijs niet van de aanvrager kan worden gevergd om te verhuizen; een passende woning niet binnen 12 maanden nadat de noodzaak tot aanpassing van de woning is vastgesteld, voor de aanvrager beschikbaar is. 4.. Indien de aanvrager om persoonlijke redenen, niet zijnde de redenen als bedoeld in lid 3, niet wenst om te verhuizen terwijl een geschikte woning beschikbaar is, komt de aanvrager in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming ter hoogte van de gebruikelijke verhuiskosten zoals bedoeld in het tweede lid, mits de aanvrager de kosten van de aanpassing van de woning die hoger zijn dan het te vergoeden bedrag dan voor eigen rekening neemt. Deze tegemoetkoming wordt éénmalig verstrekt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel