Zoals beschreven bestaat het grootste deel van de jaarlijks benodigde financiële middelen voor de komende planperiode uit de kostenpost “vervanging”. Deze kostenpost beslaat ruim 60% van de totale kosten en is daarmee de grootste bepalende factor voor de hoogte van de rioolheffing. Door de sterke prijsstijging van o.a. materialen ten opzichte van het vorige vGRP zou dus normaliter een aanzienlijke prijsstijging in de rioolheffing te verwachten zijn als de prijsstijgingen worden doorberekend. Er is naar het beleid van de vorige planperiode gekeken en er zijn hierop wijzigingen voorgesteld. Onderstaand staan drie financiële scenario’s beschreven:
Scenario 1: Voorstel aanpassing beleid
In onderhavig vGRP wordt voorgesteld om het huidig beleid te wijzigen op de volgende punten:
Relinen van de riolering vanaf ø500 mm in plaats vanaf ø800 mm (huidig beleid).
Onderbouwing: Het grootste deel van de riolering bestaat uit kleinere riolen <400mm waardoor daar de grootste kansen liggen voor integrale werkzaamheden en optimalisaties. Daarbij wordt voorgesteld om het bestaande systeem te handhaven waar geen directe optimalisaties nodig zijn. Relinen van een bestaand riool is dan per m1 goedkoper dan het vervangen van een riool waarmee de toegenomen kostprijs enigszins gecompenseerd kan worden.
De afkoppeltoeslag wordt niet meer toegepast
Onderbouwing: In het vorige vGRP is een toeslag van 20% boven op de geraamde vervangingskosten opgenomen als extra budget om verharding af te koppelen. Nu afkoppelen geen primair belang meer heeft (zie aanpak wateroverlast), kan deze algemene 20% toeslag komen te vervallen.
Aanpak wateroverlast door aanleg Blauwe aders
Onderbouwing: Er wordt voorgesteld om de maatregel “Blauwe aders” voort te zetten om de kans op wateroverlast te beperken in plaats van het afkoppelen van verharding zoals voorgesteld in het vorige vGRP.
Scenario 2: Handhaven huidig beleid
In dit scenario is het huidige beleid vanuit het vGRP 2018-2022 doorgezet en opnieuw berekend met de actuele meterprijzen en rentelasten.
Scenario 3: Enkel beheren van het areaal
Dit scenario is gelijk aan scenario 1, echter zonder de verbetermaatregelen, afkoppelsubsidie en onderzoeken. Dit scenario schets de situatie om het bestaande areaal in stand te houden.
In onderstaande figuur 8 is per scenario aangegeven wat het verloop van de rioolheffing is. Figuur 9 laat de stand van de spaarvoorziening zien wanneer deze voor alle scenario’s wordt toegepast als aanvulling op de begroting (feitelijk om de hoogte van de rioolheffing te beperken).
Voor het opstellen van de grafieken is de bestaande financieringsmethodiek gehandhaafd. De direct benodigde financiële middelen worden geleend en over 50 jaar terugbetaald plus een rentevergoeding. Om deze reden loopt onderstaande grafiek ook niet helemaal synchroon met de leeftijdsgrafieken van de riolen in hoofdstuk 6 omdat voor de riolering een technische levensduur wordt gehanteerd van 70 jaar.
Figuur 8: Ontwikkeling rioolheffing per scenario.
Figuur 9: Ontwikkeling stand van de voorziening per scenario.
De grafieken laten zien dat de kostenontwikkeling voor alle scenario’s nagenoeg gelijk zijn (vorm van de grafiek) als gevolg van de hoeveelheid areaal dat beheerd/vervangen moet worden. De wijze waarop het areaal beheerd wordt laat zien dat er met het voorgestelde scenario 1 een aanzienlijke kostenbesparing wordt gerealiseerd op de lange termijn tot ca. 35% ten opzichte van het huidige beleid 2018-2022. Dit is een kostenbesparing waarbij een vergelijkbare kwaliteit van het riool wordt geborgd.
Figuur 8 laat tevens de invloed van de beheeropgave (rioolvervanging) zien op de hoogte van de rioolheffing. De aanvullende maatregelen voor wateroverlast (Blauwe aders) en onderzoeken welke in scenario 3 zijn weggelaten, zijn nagenoeg niet terug te zien in de hoogte van de rioolheffing (verschil scenario 1 en scenario 3).
Hoogte rioolheffing planperiode
In onderstaande tabel 10 is een overzicht weergegeven van de hoogte van de rioolheffing voor de komende tien jaar per scenario. Het verloop van de hoogte van de heffing op lange termijn is in figuur 8 weergegeven.
Heffing
Jaar
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
2023
€ 210
€ 220
€ 210
2024
€ 215
€ 230
€ 215
2025
€ 225
€ 240
€ 220
2026
€ 235
€ 250
€ 225
2027
€ 245
€ 260
€ 235
2028
€ 255
€ 270
€ 245
2029
€ 260
€ 280
€ 255
2030
€ 270
€ 290
€ 265
2031
€ 270
€ 300
€ 270
2032
€ 270
€ 300
€ 270
Tabel 10: Overzicht ontwikkeling rioolheffing per scenario.
Er wordt geadviseerd om scenario 1 te kiezen als wijze voor het uitvoeren van de beschreven opgaves in dit vGRP. Er wordt met scenario 1 een besparing geleverd ten opzichte van het huidige beleid terwijl de kwaliteit geborgd blijft en het verschil tussen scenario 1 en scenario 3 is dusdanig beperkt dat de baten van een afgerond maatregelenpakket voor wateroverlast (Doel 2) en onderzoek naar een klimaatadaptieve omgeving (Doel 3) de kosten overstijgt.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.3
Kostendekkingsberekening
Onderdeel van Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2023 - 2027