Naast de hiervoor beschreven methoden bestaan nog de volgende berekeningsmethoden:
Vaste m² prijs
Jaarlijks wordt een vaste m² prijs vastgesteld. Dit kan op basis van de gemiddelde minimale kostprijs of op basis van de werkelijke kostprijs, afhankelijk van de functie.
FSI (Floor-space index)
De verhouding tussen de vloeroppervlakte van een gebouw in m² bruto vloeroppervlakte (BVO) en de oppervlakte van de totale kavel waar het gebouw op staat in m². Dit geldt met name voor kantoren, maatschappelijke functies en in mindere mate voor bedrijventerrein.
Lumpsum methode
De grondprijs voor een bepaalde locatie wordt bepaald, waarbij nadien aan te brengen wijzigingen in het woningbouwprogramma geen invloed meer hebben op de te betalen prijs.
De DCF-methode
Alle toekomstige kosten en opbrengsten worden contant gemaakt. Dit is de zogeheten Discounted Cash-Flow methode. Deze methode wordt veelal toegepast voor de prijsbepaling van huurwoningen en gerelateerde maatschappelijke zorgwoningen in de marktsector.
Tender/Prijsvraag
Meerdere partijen worden uitgenodigd om in concurrentie een bod te doen op bouwgrond. Het hoogste bod geldt als de grondprijs. Vaak wordt de tender gecombineerd met een ontwerpcompetitie en een programma van eisen als basis. Vooraf berekende grondwaarden middels de residuele methode dienen als toets.