Personen met een laag inkomen kunnen rechtsbijstand ontvangen op grond van de Wet op de rechtsbijstand. Het gaat hier om rechtsbijstand tijdens het spreekuur (eerste keer gratis) en eventueel een toevoeging van een advocaat. Indien de Raad voor de Rechtsbijstand positief heeft besloten op een aanvraag voor gefinancierde rechtskundige bijstand, kan voor de verschuldigde eigen bijdrage bijstand worden verleend.
Bijzondere bijstand is mogelijk als:
de procedure gericht is op het verkrijgen of behouden van inkomen en/of vermogen. Dit geldt ook voor procedures tegen de gemeente;
de procedure gericht is tegen een ander besluit van de gemeente dat het sociaal domein betreft (Wmo en Jeugdwet).
Voor alle overige zaken wordt geen bijstand verstrekt, tenzij blijkt dat in dit individuele geval de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Bij een afwijzing dient goed gemotiveerd te worden waarom de kosten niet noodzakelijk zijn in de zin van de Participatiewet.
Voorbeelden van in principe niet noodzakelijke kosten zijn: een geschil met de buurman over de schutting, een afgewezen bouwvergunning, de aanvraag voor een verblijfsvergunning, kosten in verband met uitoefening van een zelfstandig bedrijf.
Belanghebbenden komen in aanmerking voor bijzondere bijstand in de kosten van de eigen bijdrage voor rechtshulp als de aanvrager zich eerst tot het Juridisch Loket heeft gewend voordat een rechtsbijstandverlener wordt ingeschakeld. Heeft belanghebbende geen hulp aan het Juridisch Loket gevraagd, dan volgt een korting op de bijzondere bijstand.
De korting is hetzelfde bedrag als de korting op de eigen bijdrage door de Raad voor de Rechtsbijstand indien wel hulp bij het Juridisch Loket was gevraagd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3
Rechtsbijstand en griffierechten
Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023