Voorliggende voorziening
Er zijn een aantal voorliggende voorzieningen met betrekking tot de woonkostentoeslag (bijzondere bijstand voor woonkosten). Het gaat om de Wet op de huurtoeslag, de Wet studiefinanciering 2000, en de maandelijkse belastingteruggave (als het gaat om woonkostentoeslag voor koopwoningen).
Draagkracht woonkostentoeslag
Voor de toepassing van aanvragen om woonkostentoeslag wordt de in aanmerking te nemen draagkracht van belanghebbende bepaald door:
a. 100% van het vermogen, dat uitstijgt boven de vermogensgrens op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Wet werk en bijstand.
b. het inkomen, voor zover dit meer bedraagt dan de toepasselijke bijstandsnorm.
De draagkracht wordt berekend per maand.
Woonkostentoeslag voor woonkosten beneden de huurtoeslaggrens
Indien een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 van de Wet op de huurtoeslag, en nog geen aanspraak op huurtoeslag bestaat, wordt een toeslag verleend.
De toeslag bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag, die in de laagste inkomenscategorie voor de woonkosten per maand zou worden ontvangen.
Het college kan nadere regels vaststellen voor de vaststelling van de woonkostentoeslag ingeval er sprake is van inwonende verdienende medebewoners dan wel onderhuur.
Woonkostentoeslag voor woonkosten boven de huurtoeslaggrens
Indien een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten hoger zijn dan het bedrag genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, wordt een toeslag verleend.
De toeslag bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het bedrag van de woonkosten, verminderd met het bedrag dat maximaal voor eigen rekening van de belanghebbende zou blijven indien zijn woonkosten de maximale huurgrens in het kader van de Wet op de huurtoeslag zouden bedragen.
Aan de verlening van de toeslag als bedoeld in dit artikel wordt de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende actief omziet naar huisvesting waarvan de woonkosten niet meer bedragen dan de maximale huurgrens volgens de Wet op de huurtoeslag.
De toeslag op grond van dit artikel wordt verstrekt voor de duur van maximaal één jaar.
In bijzondere individuele omstandigheden kan worden afgezien van de voorwaarde als bedoeld in het derde lid, dan wel de termijn genoemd in het vierde lid worden verlengd.
Woonkostentoeslag gebroken maand
De woonkostentoeslag kan, bij een noodzakelijke verhuizing, voor de woonkosten van een eerste gebroken maand niet worden aangemerkt als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Hiervoor kan daarom bijzondere bijstand worden verstrekt.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1
Woonkostentoeslag (100%)
Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023