Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

De uitkering voor activiteiten

Onderdeel van Verordening minimaregelingen 2022 gemeente Midden-Drenthe

1.. De uitkering voor activiteiten beoogt het verlagen, of het wegnemen van financiële drempels voor minima om deel te nemen aan sportieve, sociaal-culturele of educatieve activiteiten. 2.. De uitkering is bestemd voor de kosten van de in het eerste lid genoemde activiteiten, waaronder lidmaatschap van (sport)verenigingen, en de kosten van benodigdheden waardoor deelname aan deze activiteiten mogelijk wordt. 3.. De uitkering mag ook ingezet worden voor de kosten van kinderopvang, peuterspeelzalen, schoolreisjes of werkweken van school. 4.. Indien activiteiten buitenshuis voor een chronisch zieke niet of nauwelijks mogelijk zijn, dan mag de uitkering ook ingezet worden voor de kosten van internet, telefonie, kranten of tijdschriften. 5.. Het recht op deze uitkering ontstaat als een huishouden minimaal drie maanden aaneengesloten voldoet aan de criteria voor de doelgroep als genoemd in artikel 3, lid 1. 6.. De hoogte van de uitkering bedraagt € 165,- per thuiswonend gezinslid per kalenderjaar, indien het gezinsinkomen gelijk is aan of minder is dan 120% van de van toepassing zijnde inkomensnorm. 7.. De uitkering wordt zonder specificatie vooraf, eens per kalenderjaar en in één termijn verstrekt in de vorm van een geldbedrag per huishouden, gebaseerd op het aantal thuiswonende gezinsleden. 8.. Thuiswonende kinderen tellen mee als gezinslid, doch hebben geen zelfstandig recht op deze uitkering, ongeacht hun leeftijd, burgerlijke staat of de hoogte van hun inkomen. 9.. De uitkering mag uitsluitend worden ingezet voor kosten die gemaakt worden binnen het betreffende kalenderjaar en tot een jaar na toekenning van de aanvraag. 10.. Het huishouden heeft de vrijheid om het totale gezinsbedrag te verdelen over de leden van het gezin, zoals het haar goeddunkt, ook als dit betekent dat het geld niet gelijkelijk over alle gezinsleden verdeeld wordt. 11.. Het college verbindt aan deze uitkering de verplichting om bij te houden waar het geld aan uitgegeven is en om de bewijsstukken van de gemaakte kosten te bewaren tot een jaar na afloop van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft. 12.. Het college controleert achteraf steekproefsgewijs of het geld besteed is aan het doel waarvoor het werd toegekend. 13.. De steekproef vindt jaarlijks plaats bij 10% van de huishoudens die de uitkering voor activiteiten in het voorgaande kalenderjaar ontvingen. 14.. Het college kan de hoogte van de uitkering voor activiteiten aanpassen indien naar het oordeel van het college de prijsontwikkeling daar aanleiding toe geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel