Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Schoolkostenregeling voor kinderen op het voortgezet onderwijs

Onderdeel van Verordening minimaregelingen 2022 gemeente Midden-Drenthe

1.. De schoolkostenregeling beoogt het financieel ondersteunen van minimahuishoudens met kinderen tot 18 jaar op het voortgezet onderwijs, met betrekking tot de kosten die gemaakt moeten worden ten behoeve van het volgen van dit onderwijs. 2.. Indien een huishouden met thuiswonende kinderen gebruik maakt van de uitkering voor activiteiten, dan ontvangt dit huishouden per kind dat in het lopende kalenderjaar start met de brugklas (of eerste klas) van het voortgezet onderwijs, eenmalig een bijdrage van € 250,-. 3.. Indien een huishouden met thuiswonende kinderen gebruik maakt van de uitkering voor activiteiten, dan ontvangt dit huishouden per kind in de tweede of hogere klassen van het voortgezet onderwijs, jaarlijks een bijdrage van € 100,-.tot en met het jaar waarin het kind 18 jaar wordt. 4.. De bijdrage in de schoolkosten wordt jaarlijks in de maand augustus overgemaakt aan de ouders van de kinderen tot 18 jaar op het voortgezet onderwijs. 5.. Indien het recht na de maand augustus ontstaat, dan wordt de bijdrage voor dat kalenderjaar binnen vier weken na vaststelling van het recht overgemaakt. 6.. De bijdrage in de schoolkosten is vrij te besteden en kan daarom worden benut als tegemoetkoming in de kosten van een laptop, tablet, fiets, telefoon, schooltas, vrijwillige ouderbijdrage, schoolreisje of werkweek en andere kosten die gemaakt moeten worden ten behoeve van dit schoolgaande kind. 7.. Indien een kind de brugklas moet overdoen, wordt in het tweede brugklasjaar een bijdrage van € 100,- verstrekt. 8.. Er vindt geen controle plaats op de besteding van deze bijdrage in de schoolkosten.

Rechtspraak bij dit artikel