Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

BELEIDSKADER

Onderdeel van Diemen actualisatie detailhandelsvisie

Voor de ruimtelijke ordening van detailhandel is een aantal schaalniveaus van beleid relevant. Van hoog naar laag zijn dat: Europa, rijk, provincie, (voormalige) stadsregio en gemeente. Ten opzichte van 2014 hebben zich enkele wijzigingen voorgedaan op Europees, provinciaal en stadsregionaal niveau. In bijlage 2 zijn de relevante (veranderingen in) beleidskaders toegelicht. In deze paragraaf beperken we ons tot de belangrijkste onderdelen. Waar staan de praktijk en vigerende beleidskaders op gespannen voet met elkaar? Sinds 30 januari 2018 is bekend dat de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is op detailhandel. In de praktijk mag in een bestemmingsplan in beginsel geen geografische beperking worden opgelegd, tenzij aan specifieke eisen wordt voldaan (zie bijlage 2). Geografische beperkingen zijn brancheringsregels of eisen ten aanzien van het aantal en/of de minimale of maximale unitgrootte van winkels. In Diemen kunnen enkele (delen van) bestemmingsplannen voor Holland Park en de campus Diemen Zuid in strijd komen met de Dienstenrichtlijn indien geen goede onderbouwing voor de opgenomen beperking kan worden gegeven. Het provinciale (en stadsregionale) detailhandelsbeleid streeft naar een fijnmazige winkelstructuur, waarbij winkels voor dagelijkse boodschappen op aanvaardbare loopafstand van de woning zijn gesitueerd. Het is aan de gemeenten om te bepalen wat (nog) een aanvaardbare afstand is. Buurgemeente Amsterdam hanteert bijvoorbeeld een maximale loopafstand van 750 meter. Voor bewoners van Holland Park, maar ook Plantage De Sniep geldt dat winkels voor dagelijkse boodschappen voor de meeste inwoners op (ruim) meer dan 750 meter loopafstand zijn gesitueerd.

Rechtspraak bij dit artikel