Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Uitvoeringseisen

Onderdeel van Beleidsregels uitwegen gemeente Eemsdelta 2022

Bij het aanleggen van uitwegen hanteert het college een aantal algemene en specifieke uitgangspunten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in uitwegen binnen de bebouwde kom (particulier, nieuwbouw en bedrijfsmatig) en uitwegen buiten de bebouwde kom. 5.1 Algemene uitgangspunten voor iedere aanleg en wijziging van een uitweg dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Indien mogelijk dient de omgevingsvergunning gelijktijdig met de omgevingsvergunning activiteit bouwen te worden aangevraagd. de legeskosten voor het behandelen van de aanvraag en/of wijzigen van een uitwegvergunning en de kosten voor de aanleg of wijziging van de uitweg worden vooraf in rekening gebracht; de eerste 1,5 meter vanaf de kant van de openbare weg mag niet bestaan uit los verhardingsmateriaal; de opbouw van de constructie op gemeentegrond wordt bepaald door de gemeente; qua afmetingen op gemeentegrond geldt in beginsel het bepaalde zoals genoemd in bijlage 1; er dient voorkomen te worden dat los verhardingsmateriaal op de openbare weg terecht komt; bij een reconstructie of herinrichting van de openbare ruimte worden uitsluitend de legeskosten in rekening gebracht voor het aanleggen van een uitweg. 5.2 Uitwegen binnen de bebouwde kom de aanleg, de wijziging en het onderhoud van een uitweg op gemeentegrond binnen de bebouwde kom wordt door of namens de gemeente uitgevoerd; de exacte locatie van de uitweg wordt door de gemeente bepaald; een uitweg wordt geweigerd indien de uitweg afwijkt van de voorschriften zoals benoemd in bijlage 1. 5.3 Uitwegen buiten de bebouwde kom (uitsluitend voor gemeentelijke wegen). de aanleg van een uitweg buiten de bebouwde geschiedt, wat betreft het deel gelegen op gemeentegrond, door of namens de gemeente; de exacte locatie en afmetingen van de uitweg wordt door de gemeente bepaald; een uitweg wordt geweigerd indien de uitweg afwijkt van de voorschriften zoals benoemd in bijlage 1; als er gegraven wordt moet een KLIC melding gedaan worden via het Kadaster; de uitweg moet voldoende breed aangelegd worden om zo schade aan de verhardingen, bermen en groenstroken te voorkomen; de eigenaar dient na aanleg zijn uitweg op gemeentegrond goed te beheren, zorgen voor een goed gebruik van de uitweg en schade zoveel mogelijk te voorkomen; indien de eigenaar zijn uitweg op gemeentegrond niet goed beheert wordt de uitweg op kosten van de eigenaar door of namens de gemeente hersteld; ingeval de uitweg over een sloot/watergang gaat, dient er tevens een dam met duiker (of een brug) aangelegd te worden. Het onderhoud van de dam plus de duiker berust bij aanvrager. Het kan zijn dat hiervoor een watervergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij het Waterschap op basis van de Waterschapsverordening. Ook kan het zijn dat toestemming nodig is van de gemeente als eigenaar/aangelande van de sloot/ watergang. 5.4 Verplaatsen en verbreden van een uitweg voor het verplaatsen en het verbreden van een uitweg geldt dat er een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd; de te vervallen uitweg moet worden verwijderd door of namens de gemeente Eemsdelta. De kosten voor het verplaatsen van de uitweg zijn voor de aanvrager; de vrijgekomen ruimte van de vervallen uitweg dient te worden hersteld naar de omgevingssituatie, waarbij het deel op gemeentegrond wordt hersteld door of namens de gemeente Eemsdelta. Deze kosten zijn voor de aanvrager en worden per geval bepaald. 5.5 Landbouwperceel Voor een uitweg naar een landbouwperceel gelden dezelfde regels als voor een uitweg buiten de bebouwde kom. 5.6 Bedrijfsmatige uitwegen Voor een uitweg naar een bedrijf gelden dezelfde regels als voor een uitweg buiten de bebouwde kom. 5.7 Beroep of bedrijf aan huis Voor een beroep of bedrijf aan huis gelden dezelfde regels als voor een woning.

Rechtspraak bij dit artikel