De budgethouder moet naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn om aan pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
De bekwaamheid wordt door het college beoordeeld op de volgende punten:
Van de budgethouder wordt verwacht dat deze in staat is om de doelstellingen in het perspectiefplan te volgen en te bewaken.
De budgethouder is staat om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen en heeft inzicht hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen.
De budgethouder heeft een duidelijk beeld van de hulpvraag en is in staat een pgb-plan op te stellen.
De budgethouder kan de inzet van zorgverlener(s) coördineren. De zorg blijft ook bij verlof en ziekte van de zorgverlener(s) doorgaan.
De budgethouder is in staat om evaluatiegesprekken te voeren en de effecten te volgen en
kan als opdrachtgever de zorgverleners aansturen en aanspreken op hun en functioneren.
De budgethouder beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift en heeft voldoende juridische kennis over het werk- en opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden.
De budgethouder is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb en weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden.
De budgethouder is in staat om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, en heeft inzicht in de bestedingen van het pgb.
De budgethouder is voldoende vaardig om te communiceren met het college, de SVB en zorgverlener(s).
De budgethouder kan afspraken maken, vastleggen en deze verantwoorden aan het college.
De budgethouder kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is.
Artikel 2.3
Zorginhoudelijk beheer
Onderdeel van Beleidsregels persoonsgebonden budget (pgb) Jeugdwet