In de Jeugdwet is als basiseis geformuleerd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht moet worden verstrekt.
De basiseisen zoals geformuleerd in de Jeugdwet behoeven vertaling naar werkbare eisen, waarover duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Om na te gaan of de kwaliteit van de zorg voldoende gewaarborgd is, wordt door het college getoetst op de volgende punten:
De ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de budgethouder en op andere vormen van zorg of hulp.
De zorgverlener en budgetbeheerder hebben een actieve signaleringsplicht ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de budgethouder aan meer of andere zorg en meldt dit aan het college.
De te leveren ondersteuning is afgesteld op het perspectiefplan en leidt tot het behalen van de doelen en resultaten die beschreven staan in het perspectiefplan.
De ondersteuning is beschreven in een actueel ondersteuningsplan waarin zorgverlener formuleert op welke wijze de gestelde resultaten bereikt kunnen worden in relatie tot de hulpvraag.
Er is ook oog voor alle levensgebieden, zoals de woon-, werk- en leefomgeving van de budgethouder.
De budgethouder kan zijn familie en mantelzorger betrekken in de zorg, de zorgverlener houdt daar rekening mee.
De ondersteuning is tijdig en conform afspraak en de ondersteuningscontinuïteit is gewaarborgd.
De zorgverlener mag geen budgethouder zijn.
Iedere zorgverlener heeft een verklaring omtrent gedrag (VOG). De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden.
De zorgverlener spreekt de taal van de budgethouder.