Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2

Het onderzoek door het LBB

Onderdeel van Beleidslijn Wet Bibob vastgoed gemeente Gorinchem 2023

Het LBB stelt naar aanleiding van de adviesaanvraag op grond van artikel 5a van de Wet Bibob een nader onderzoek in en brengt een advies uit over de mate van gevaar als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob. Het LBB valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid en heeft inzage in een aantal openbare, half open en gesloten bronnen (bijvoorbeeld bij de Belastingdienst, politie en justitie) en kan hierdoor een diepgaander onderzoek uitvoeren dan de gemeente. Tegen de beslissing van de gemeente om het LBB een advies te vragen, kan geen bezwaar en beroep worden ingesteld. Vastgoedtransactie zijn immers geen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De partij wordt wel geïnformeerd over het feit dat advies wordt gevraagd aan het LBB. Het LBB onderzoekt of de betrokkene (de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van de erfpacht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling «vastgoedtransactie», onder artikel 1, ten 5° van de Wet Bibob) in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in de Wet Bibob. Daarnaast kunnen andere personen betrokken worden in het onderzoek. In artikel 3 (voor vastgoedtransacties gelezen in samenhang met artikel 9, vierde lid, van de Wet Bibob) van de Wet Bibob is bepaald dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als die feiten door een ander gepleegd zijn en deze natuurlijke persoon: direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene, of; zeggenschap heeft over, dan wel heeft gehad over betrokkene, of; vermogen verschaft, dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of; in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat. Of dat deze strafbare feiten door een rechtspersoon zijn gepleegd (als bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht) en de betrokkene: direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan die rechtspersoon, of; zeggenschap heeft over, dan wel heeft gehad over die rechtspersoon, of; vermogen verschaft, dan wel heeft verschaft aan die rechtspersoon. Het LBB kan drie soorten adviezen afgeven: Er is een ernstige mate van gevaar. Er is sprake van een mindere mate van gevaar. Er is sprake van geen gebleken gevaar. Het LBB kan contact opnemen met de partij of de andere bij het onderzoek betrokken personen of bedrijven en deze eventueel aanvullende vragen stellen (artikel 12, derde lid, van de Wet Bibob). Het weigeren aanvullende gegevens te verstrekken aan het LBB kan, als dit in de overeenkomst bedongen is, grond zijn om de overeenkomst op te schorten en/of te beëindigen. Het LBB moet binnen acht weken adviseren aan de gemeente. Deze termijn kan met vier weken worden verlengd. Het LBB zal de gemeente hiervan in kennis stellen. De gemeente stelt de partij hiervan op haar beurt in kennis. Naar aanleiding van het afgegeven advies kan de gemeente de afweging maken een vastgoedtransactie niet aan te gaan of onderhandelingen hierover te staken of een reeds gesloten overeenkomst te beëindigen of op te schorten. De gemeente gaat in beginsel geen vastgoedtransactie aan wanneer uit het Bibob-advies blijkt dat sprake is van een ernstig gevaar, zoals opgenomen in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob. De gemeente kan een reeds gesloten overeenkomst eveneens op grond van de daarin opgenomen integriteitsclausule opschorten of beëindigen. Dit kan als sprake is van een ernstig gevaar, zoals opgenomen in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob. Voordat de gemeente gemotiveerd overgaat tot het niet aangaan van de vastgoedtransactie of opschorting c.q. beëindiging van een reeds afgesloten overeenkomst, wordt de contractspartij en in voorkomende gevallen zakenpartners, in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijke termijn te reageren op het Bibob-advies (van het LBB). Het Bibob-advies wordt voor deze reactie verstrekt aan de contractspartij en de derde die in het advies genoemd wordt. Ten aanzien van deze derde wordt het advies slechts verstrekt voor zover het op hem betrekking heeft (artikel 28, derde lid, van de Wet Bibob). De gemeente wijst de contractspartij en de derde, bij de verstrekking van het advies, op zijn geheimhoudingsplicht, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet Bibob.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel