Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 lid 1 Participatiewet).
Tot de voorliggende voorziening horen in eerste instantie de eigen middelen van de overledene om de uitvaart te bekostigen, zoals:
Verzekeringen op het leven, o.a. begrafenis- en levensverzekeringen, ongevallenverzekering;
Lidmaatschap van een speciale vereniging, bijv. crematievereniging;
Spaargelden, beleggingen, enz. waaronder ook het "vrij te laten bescheiden vermogen";
Een nalatenschap;
Een in een depositofonds, e.d. gestort bedrag met als enige bestemming de betaling van uitvaartkosten van de begunstigde en eventuele partner.
Daarna zijn de nabestaanden verantwoordelijk voor het dragen van de kosten van een begrafenis of crematie, voor zover de overledene hierin niet zelf heeft voorzien. De eventuele (huwelijks)partner van de overledene is in eerste instantie de nabestaande die voor de kosten van de uitvaart aansprakelijk is en vervolgens familieleden in de 1e graad, dan wel enig andere erfgenaam.
De uitvaartkosten komen voor rekening van de opdrachtgever, welke daarvoor zo nodig de nabestaanden kan aanspreken.
Wet op de Lijkbezorging
Als er geen nabestaanden zijn die opdracht geven voor een uitvaart of op wie daartoe een beroep kan worden gedaan, dan moet de Wet Op de Lijkbezorging worden beschouwd als een voorliggende voorziening.
Overlijdensuitkering
Een aan de achterblijvende echtgenoot toegekende overlijdensuitkering dient te worden aangemerkt als een periodiek inkomen bedoeld ter aanpassing aan de veranderde omstandigheden c.q. als overbrugging naar een lager inkomensniveau. Een overlijdensuitkering heeft niet per definitie ten doel om de uitvaart te bekostigen en blijft op grond daarvan buiten beschouwing bij de vaststelling van het bedrag van de bijstand.
Recht op bijstand
De kosten van een uitvaart zijn geen noodzakelijke kosten als de nalatenschap is verworpen. Er bestaat dan geen recht op bijstand.
Er kan slechts bijstand worden toegekend indien de nabestaanden over onvoldoende middelen beschikken om de begrafeniskosten te betalen. Ook dient er rekening te worden gehouden met de eigen middelen van de overledene, de draagkracht van aanvrager, evenals met de noodzakelijke kosten van een uitvaart.
De nabestaanden, voor zover zij erfgenaam of bloedverwant zijn en op grond van artikelen 392 – 396 BW:1 tot onderhoud van de overledene verplicht zijn, kunnen ieder afzonderlijk voor hun aandeel in de kosten, bijstand aanvragen in de gemeente waarin zij woonachtig zijn.
Draagkracht
De draagkracht wordt bepaald conform hoofdstuk 5 in deze beleidsregels.
Hoogte en vorm van de bijstand
Binnen redelijke grenzen wordt rekening gehouden met persoonlijke voorkeur van belanghebbende en dient de persoonlijke waardigheid te worden gerespecteerd. Een totaalbedrag van € 5.000 wordt aangemerkt als maximaal acceptabel. Dit maximumbedrag is gebaseerd op een sobere doch gebruikelijke uitvoeringswijze. Voor het bepalen van de hoogte van de noodzakelijke kosten wordt afgestemd op de richtlijnen volgens de Nibud-Prijzengids. De bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt in beginsel om niet verleend.
Verplichtingen aan de bijstand
Aan de bijzondere bijstand wordt een bestedingsverplichting (ex artikel 55 Pw) verbonden. De bijstand moet worden aangewend voor het doel waarvoor zij wordt verstrekt. Men moet de kosten kunnen aantonen met een factuur, nota of betaalbewijs.
Hoofdstuk H8.
Artikel 32
Uitvaart
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2023 Land van Cuijk