Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Doel

Onderdeel van Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021

Een veilige en gezonde woonomgeving gaat verder dan uitsluitend verkeersveiligheid. Het gaat ook om de mate waarin alle mogelijke inwoners samen kunnen functioneren met het verkeer. Van spelende kinderen, schoolgaande jeugd, werkende ouders, vitale senioren tot minder mobiele mensen en kwetsbare verkeersdeelnemers. Met andere woorden, de openbare ruimte moet levensloopbestendig zijn. Wonen, wegen, vervoer, diensten en voorzieningen moeten op elkaar zijn afgestemd, zo min mogelijk beperkingen oproepen en voldoen aan de vraag van de wijkbewoners. Een levensloopbestendige wijk is een wijk waarin bewoners zich goed kunnen verplaatsen, zonder onnodige hindernissen tegen te komen. Een nieuwbouwwijk kan direct zo worden ontworpen dat deze voldoende toegankelijk en veilig is. Bijvoorbeeld door woningen voor mensen met een zorgbehoefte in de directe omgeving van de voorzieningen te plaatsen. Rond nieuwe schoollocaties kunnen autovrije gebieden worden ontworpen. In bestaande wijken ligt dat ingewikkelder. Niet altijd zijn er goede toegankelijke (loop)routes van concentraties van woningen naar de meest elementaire voorzieningen. Toegankelijkheid en veiligheid hebben veel te maken met sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Kinderen moeten veilig naar school kunnen. En mensen die minder snel ter been zijn moeten voldoende mogelijkheden hebben om over te steken. Bewust naar de openbare ruimte en naar wegen kijken is essentieel. Wat is nodig of wat kan anders ingericht worden voor mensen met beperkingen, in de brede zin van het woord. Vooral bij reconstructies moet hier terdege rekening worden gehouden. Tot voor kort werd bij inrichting van de openbare ruimte veelal geredeneerd vanuit de auto. Met dit Omgevingsprogramma kiezen we ervoor om vanuit de langzame verkeersdeelnemer (voetganger en fietser) te gaan redeneren. Dat kan redelijk eenvoudig als het gaat om uitbreidingsgebieden zoals Westpoort en De Scheg. Ook voor inbreidingslocaties (transformatie gebieden) zoals het IKC-gebied in Sint Pancras of de stationsomgeving in Heerhugowaard (zie paragraaf 3.3) is het binnen de beperkingen van de bestaande structuren mogelijk om meer voorrang te geven aan voetgangers en fietsers. In de bestaande omgeving is het verleggen van aandacht naar langzaam verkeer ingewikkelder. Om die reden continueren we de inzet om de verkeersveiligheid van bestaande voetpaden en fietspaden te verhogen en in het wegbeeld met name de plek van de fiets beter herkenbaar te maken.

Rechtspraak bij dit artikel