Wandelnetwerk
De kwaliteit van de voetpaden en oversteekmogelijkheden wordt in Heerhugowaard positief (gemiddeld 6,5) en in Langedijk matig (gemiddeld 5,7) beoordeeld. We verbeteren de komende jaren comfort en veiligheid. Dit betreft concreet: een voldoende breed trottoir, een comfortabel wegdek, goed onderhoud (geen losliggende tegels, geen ongewenste begroeiing), goede oversteekbaarheid van wegen en de toegankelijkheid mensen met een beperking. Relatief eenvoudige aanpassingen met grote impact zijn onder andere het aanbrengen van opritten of het gelijkvloers maken van plaatsen waar wordt overgestoken, het aanbrengen van voorzieningen ter geleiding en waarschuwing van slechtzienden bij openbaar vervoerhaltes en complexe oversteekplaatsen.
Voor toegankelijkheid van de openbare ruimte geldt in principe dat de richtlijnen van het CROW worden gevolgd. Slechts bij uitzondering wordt hiervan gemotiveerd afgeweken. Bijvoorbeeld door een onmogelijke ruimtelijke inpassing of indien het volgen van de richtlijnen (te) hoge kosten met zich meebrengt. Ook kwaliteitsbewaking bij de aanleg en beheer van de openbare ruimte is belangrijk, omdat een kleine kuil bij de overgang van weg naar stoep al een moeilijke hindernis wordt voor mensen met een rollator en een losliggende stoeptegel kan leiden tot ernstige valpartijen. Het eventueel toepassen van lagere kwaliteitsniveaus in de openbare ruimte leidt tot meer hinder en ongevallen.
Fietsnetwerk
De kwaliteit van het fietsnetwerk wordt ten opzichte van de overige modaliteit als beste beoordeeld. Toch zijn ook hier verbeteringen mogelijke en noodzakelijk. Het streven is dat alle fietspaden in 2030 egaal en comfortabel voor fietsers zijn. Daarom wordt bij onderhoudswerkzaamheden van fietspaden tegelverharding zoveel mogelijk vervangen door vlakke verharding. Dit vergroot immers het rijcomfort en de verkeersveiligheid. Ook wordt gekeken of de breedte van het fietspad aansluit bij het gebruik, het aantal en soort fietsers. Verder wordt gekeken naar de vergevingsgezindheid van de fietsinfrastructuur. Dat betekent dat we kijken of een inschattingsfout van een verkeersdeelnemer niet meteen leidt tot een ernstig ongeval. Bijvoorbeeld door palen, hekjes en andere objecten die niet strikt noodzakelijk zijn te verwijderen. Objecten die noodzakelijk worden gevonden en dus blijven staan, worden beter ingeleid met markering. Ook wordt gekeken of zichtlijnen goed zijn, bijvoorbeeld bij aanwezig groen. We laten het lokaal fietsnetwerk op wijkniveau aansluiten op regionale doorfietsroutes.
Verkeersveiligheid
Het gevoel van veiligheid op de fiets en als voetganger wordt als voldoende beschouwd. Kinderen zijn echter kwetsbare verkeersdeelnemers die extra moeten worden beschermd. De afgelopen jaren is hier al veel aandacht aan besteed. De belangrijkste knelpunten rondom de basisscholen en VO-scholen zijn geïnventariseerd, waarna passende maatregelen zijn genomen. Ook de komende jaren is blijvende aandacht voor verkeersveiligheid rondom scholen vereist. Dit doen we enerzijds door via infrastructurele maatregelen goed gedrag af te dwingen (reactief op basis van klachten en meldingen), anderzijds door het laten verzorgen van verkeerseducatie aan peuters, basisschoolleerlingen en leerlingen in het voortgezet onderwijs. Hierbij wordt, samen met de scholen, ingezet op gedrag veranderende campagnes gericht op ouders, leerlingen en overige weggebruikers in schoolomgevingen.
Op één auto-parkeerplaats kun je tien fietsen kwijt.
Inrichting openbare ruimte
In de enquête geeft een kleine meerderheid van de respondenten de voorkeur aan meer ruimte voor de voetganger en fietser in hun buurt ten opzichte van de auto. We gaan samen met bewoners invulling geven aan de veranderde uitgangspunten voor het inrichten van woonwijken (eerst voetgangers/fietsers, groen, spelen en daarna autoverkeer). In Sint Pancras is dit proces al gevolgd en ook in Centrumwaard passen we deze werkwijze toe. Bij groot onderhoud en reconstructies bekijken we welke winst te halen is door nieuwe ontwikkelingen mee te nemen in het straatontwerp. Denk hierbij aan autodelen in combinatie met minder reguliere parkeerplaatsen, voorzieningen voor elektrisch rijden, fietsparkeren, groene parkeerplaatsen, waterberging, meer ruimte voor spelen en meer groen op straat.
Parkeren en oplaadvoorzieningen
Fietsparkeren krijgt meer aandacht. Hierbij speelt vooral de locatie van de fietsvoorzieningen een belangrijke rol. We zorgen ervoor dat fietsparkeerplaatsen dichter bij de voorziening liggen dan autoparkeerplaatsen en dat deze ook daadwerkelijk fietsend (veilig en direct) bereikbaar zijn. Hiermee benadrukken we het belang dat we geven aan de fiets. In de wijken / kernen zorgen we voor goede en voldoende fietsvoorzieningen bij openbaar vervoer haltes. Op deze manier stimuleren we duurzaam vervoer per fiets en openbaar vervoer.
Uit de enquête blijkt tevens dat veel respondenten het aantal parkeerplaatsen in de eigen buurt te laag vindt (gemiddelde waardering 5,1). Onder andere vanwege de lintbebouwing in Langedijk is er nauwelijks parkeermogelijkheid. We actualiseren op korte termijn het parkeerbeleid, zodat het beter aansluit bij de doelstellingen van dit mobiliteitsplan. Daarbij houden we rekening met het in 2016 door de gemeente Langedijk vastgestelde parkeerbeleid, waarbij parkeerregulering niet als instrument noodzakelijk wordt geacht. Na de fusie zal langzaamaan een harmonisatie van het parkeerbeleid van beide gemeenten plaatsvinden.
Bij uitbreidingslocaties zoals Westpoort en De Scheg onderzoeken we of moderne parkeeroplossingen te implementeren zijn. Hierbij denken we aan parkeren aan de rand van de wijk en oplaadpleinen. In het nieuwe parkeerbeleid houden we ook rekening met parkeerplekken voor elektrische auto’s en we besteden aandacht aan de realisatie van voldoende en goede fietsvoorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
De toename van het aantal laadpunten leidt ertoe dat het aantal beschikbare parkeerplaatsen voor ‘benzine-rijders’ afneemt. Met name in woonwijken waar de parkeerdruk hoog is, kan dit tot onbegrip leiden. Zeker als deze plekken niet of weinig worden gebruikt. Tegelijkertijd hebben elektrische rijders op hun beurt weer last van andere elektrische rijders die onnodig lang de laadpalen bezet houden. Aanvragen van onze inwoners en ondernemers blijven we faciliteren. We onderzoeken ook de mogelijkheid van geclusterde voorzieningen. In andere steden zijn daar goede ervaringen mee opgedaan.
MRA-e werkt daarnaast aan een voorstel om op parkeerterreinen bij voorzieningen die een (boven)regionale functie hebben laadinfrastructuur te plaatsen, waardoor de aantrekkelijkheid van die voorzieningen versterkt voor bezoekers met elektrische voertuigen.
Collectief en openbaar vervoer
De HugoHopper en de buurtbussen hebben een duidelijke sociale functie in Dijk en Waard. Chauffeurs blijven vaak even wachten op vaste passagiers of helpen hen zo nodig met het instappen. Scholieren en forensen gebruiken de bus vaak om van en naar het station te reizen waar zij gemakkelijk kunnen overstappen op het OV-netwerk. De opstapplaatsen zijn te herkennen aan een bushaltepaal en het is ook mogelijk om langs de route je hand op te steken, de chauffeur stopt als het veiligheidshalve mogelijk is. We gaan onderzoeken of deze manier van reizen aantrekkelijker kan worden gemaakt binnen delen van de gemeente waar regionale openbaarvervoerlijnen niet komen. Hierbij kijken we naar het flexibiliseren, automatiseren en het stadsbreed beschikbaar maken van de HugoHopper voor bewoners, werknemers en bezoekers van de stad. De HugoHopper verzorgt na de fusie deur-tot-deur vervoer in de hele gemeente Dijk en Waard. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid van een lijndienst op het grondgebied van Langedijk.
Stadslogistiek
De afgelopen jaren was een stijgende lijn in e-commerce zichtbaar. Dit is door de corona-crisis verder toegenomen. Mensen bestellen meer online en laten dit thuis afleveren. Dit resulteert in meer bewegingen van bestelbusjes in onze woonwijken / kernen. Pakketbezorging is echter vooral een commerciële activiteit – de gemeente heeft nauwelijks sturingsmogelijkheden. Er is voor pakketbezorgers (nog) geen directe aanleiding om samen te werken en bijvoorbeeld vrachten te bundelen. Landelijk zijn interessante ontwikkelingen als het gaat om de inzet van uitstootvrije vervoermiddelen voor pakketbezorgers (elektrische busjes en bakfietsen) en centrale ophaalpunten in de buurt. Als dergelijke initiatieven zich voordoen zullen we nagaan hoe we deze ook daadwerkelijk mogelijk kunnen maken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Maatregelen
Onderdeel van Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021