Het stationsgebied wordt met aantrekkelijke fiets- en wandelroutes verknoopt met de omgeving en vormt een schakel tussen het Stadshart, de woonwijken, de Scheg, Zandhorst en Langedijk, Broekhorn en Oosterdel (zie paragraaf 3.6).
In het nieuwe parkeerbeleid (zie paragraaf 3.2.3) gaan we slimmer en creatiever om met schaars beschikbare ruimte rondom bijvoorbeeld het NS-station en in het Stadshart. De auto is hier vanwege de voorzieningen en nabijheid van openbaar vervoer minder noodzakelijk. Dit biedt kansen om de openbare ruimte meer als verblijfsgebied en groen in te richten. Daarbij blijft het uitgangspunt van kracht dat een parkeeroplossing (voldoende parkeerplaatsen) onderdeel moet zijn van een ontwikkeling, maar dat deze oplossing niet noodzakelijkerwijs op de locatie zelf gevonden hoeft te worden.
Dergelijke parkeeroplossingen zijn een gezamenlijke opgave van projectontwikkelaars, ondernemers en gemeente, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid.
We verbeteren de oversteekbaarheid van de Westtangent, Zuidtangent en het spoor voor fietsers en wandelaars. De Zuidtangent kruist het spoor straks ongelijkvloers om de veiligheid te vergroten. Uit veiligheidsoogpunt, maar ook om de relaties in het Stationsgebied te versterken, wordt eveneens ingezet op een ongelijkvloerse kruising van het spoor ter hoogte van de Stationsweg. Het streven is om ook het station een kwaliteitsimpuls te geven in samenwerking met partners als de NS en ProRail.
De maatregelen in het stationsgebied zijn uitgewerkt in het Masterplan Stationsgebied. Deze sluit naadloos en integraal aan bij de ambities uit dit Omgevingsprogramma mobiliteit. Onderstaande drie punten staan centraal in het Masterplan:
“De Westtangent transformeert van een doorgaande autoroute met het karakter van een provinciale weg, naar een aantrekkelijke groene stadsboulevard. De Westtangent vervult ook in de toekomst een belangrijke rol als auto-ontsluiting, maar met het gereedkomen van de Westfrisiaweg is het niet meer noodzakelijk dat doorgaand verkeer van buiten de gemeente nog door de stad rijdt. Hiervoor wordt de Westtangent als snelle autoroute dwars door het Stationsgebied minder aantrekkelijk gemaakt. We geven op de bestaande kruisingen meer ruimte en tijd aan oversteken voor voetgangers en fietsers. Ook komen er meer plekken om over te steken, zoals in het verlengde van de Robijn, zodat een nieuwe langzaamverkeersroute ontstaat tussen Beveland/stationsgebied en Stadshart en woonwijken.
De bereikbaarheid met de auto blijft belangrijk. Wel stimuleren we het delen van gezamenlijke voorzieningen, zoals het gebruik van deelauto’s en deelfietsen. Hiermee spelen we in op een milieubewuste manier van bouwen en leven. Het parkeren van auto’s en het stallen van fietsen halen we zoveel mogelijk uit de openbare ruimte. We werken als onderdeel van het parkeerbeleid een parkeerstrategie voor het Stationsgebied uit, waarin staat waar mensen kunnen parkeren en hoe de aanwezige parkeervoorzieningen zo optimaal mogelijk gebruikt worden. We zetten hierbij in het principe van ‘clusterparkeren’, waarbij in ieder deelgebied wordt ingezet op slimme functiemenging én een plek wordt gezocht voor een gebouwde collectieve parkeervoorziening. Dit combineren we met een P+R-functie waar mensen uit de regio hun auto kunnen parkeren en met het openbaar vervoer verder reizen. Parkeerfaciliteiten zijn waar mogelijk flexibel, zodat deze in de toekomst kunnen worden getransformeerd, als de parkeerbehoefte omlaaggaat.
Om het overstappen tussen trein, bus, fiets, taxi en auto zo comfortabel en efficiënt mogelijk te maken zetten we in op een compacte OV-knoop, gekoppeld aan een on-gelijkvloerse onderdoorgang van de Stationsweg, met directe toegang tot de perrons. Fietsen kunnen aan weerszijden in gebouwde voorzieningen worden gestald met directe toegang tot de perrons. Er komt een gebouwde parkeervoorzieningen die een bijdrage levert aan de parkeerbehoefte in het gebied zelf. Hier is ruimte voor bewoners om een parkeerplaats te huren en voor bezoekers van woningen of bedrijven om te parkeren.”
Om het toenemende aantal treinreizigers te verwerken, de overstap van fiets op trein en andersom te verbeteren en een aantrekkelijke omgeving te creëren, is ook een aanpassing van het station en daarbij behorende voorzieningen noodzakelijk. De verkenning naar een nieuw station met daarbij behorende voorzieningen wordt in samenwerking met Prorail, provincie en de NS meegenomen in de ontwikkeling van het Stationsgebied.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.3
Maatregelen
Onderdeel van Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021