In sommige gevallen bepaalt de mate van de handicap en de aanwezige reisbeperkingen of er recht bestaat op een vervoersvoorziening leerlingenvervoer en zo ja in welke vorm de vergoeding wordt verstrekt. Er is onderscheid te maken in een structurele of een tijdelijke handicap. Het college vergoedt alleen de vervoerskosten van structureel gehandicapte kinderen. Hiertoe dient een medische onderbouwing aangeleverd te worden, opgesteld door bijvoorbeeld een arts/medisch specialist, (ortho)pedagoog, psycholoog of kinderpsychiater.
Wanneer in de verordening gesproken wordt over een handicap, wordt daarmee altijd een structurele handicap bedoeld.
Wanneer een leerling vanwege herstel of revalidatie langer dan 3 maanden afhankelijk is van rolstoel of krukken, kan er een beroep worden gedaan op het leerlingenvervoer. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen voor de duur van het herstel of de revalidatie.
Het college kent geen vervoersvoorziening toe om tijdelijke medische redenen korter dan drie maanden. Ouders zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Zij kunnen hiervoor wellicht een beroep doen op de zorgverzekeraar.