1.. Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

2.. De voorzitter verleent het woord in de volgorde zoals bij loting is bepaald (artikel 15) en vervolgens wordt de loop van de wijzers van de klok aangehouden.

3.. Van de volgorde van sprekers kan worden afgeweken wanneer een raadslid het woord vraagt om een voorstel van orde te doen.