1.. Het college biedt de raad minimaal eens in de 6 jaar een nota ‘Investerings- en afschrijvingsbeleid’ aan. De raad stelt deze nota vast.

2.. Investeringen worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd tenzij het investeringsbedrag lager is dan € 100.000.

3.. Materiële vaste activa worden in principe lineair afgeschreven in de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.

4.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

5.. Een saldo voor (dis)agio wordt lineair afgeschreven waarbij de afschrijvingstermijn gelijk is aan de looptijd van de geldlening waarop deze betrekking heeft.

6.. De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname van het actief.

7.. Rentetoerekening aan de exploitatie op lopende investeringen wordt toegerekend op basis van de boekwaarde op 1 januari van het jaar.