Een belangrijke nuance bij de warmteoptiekaart is dat de inkleuring van een wijk nooit betekent dat de hele wijk volledig op die warmteoptie over gaat.
Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouweigenaren kiezen voor andere warmteopties dan de voorkeurswarmteoptie in een wijk. Dit wordt ook wel ‘opt-out’ genoemd.
Eigenaren hebben volgens de huidige en verwachte regelgeving keuzevrijheid om te kiezen voor de aardgasvrije warmteoplossing van hun eigen voorkeur. Dit betekent bijvoorbeeld dat individuele vastgoedeigenaren een keuze hebben om aan te sluiten op een collectieve warmte-infrastructuur of niet. Het afwijken van de overwegende warmteoptie in de wijk kan echter wel invloed hebben op de betaalbaarheid van de warmtetransitie in de betreffende wijk. Voor een collectieve warmteoplossing geldt dat die betaalbaarder wordt als er meer woningen en kantoren aangesloten zijn. Andersom geldt dat het individueel afwijken van de voorkeursoplossing kan leiden tot hogere individuele investeringen in bijvoorbeeld een warmtepomp.
Naar verwachting zal op termijn het gasnet verdwijnen uit die straten en wijken waar een warmtenet komt of waar all-electric oplossingen passend zijn. Bij de verdieping op wijkniveau (zie hoofdstuk 8) zal inzichtelijk gemaakt worden of er logischerwijs gebieden zijn binnen de wijk waar een andere warmteoptie dan de voorkeursoplossing beter past zoals bijv. voor een wijkje met vrijstaande woningen in een warmtenetwijk. En tegelijkertijd kijken we hoe we daar waar logisch gebouweigenaren stimuleren om te kiezen voor de warmteoptie die in hun wijk de voorkeur heeft. We maken de inschatting dat een bepaald percentage van de vastgoedeigenaren in warmtenetwijken zal kiezen voor een all-electric oplossing, en dat een ander percentage (voornamelijk utiliteitsgebouwen) zal kiezen voor een lokaal bronnet. Ook in wijken waarvan we nu nog niet weten wat de eindoplossing wordt verwachten we dat deze deels overgaan naar all-electric of een bronnet. In tabel 2 is een inschatting van deze spreiding (opt-out) van warmteopties binnen wijken weergegeven.
Opt-out
Wonen
Niet wonen
Gasnet
20%
30%
Warmtenet
30%
50%
All-electric en bronnet
30%
50%
Tabel 3: Inschatting van de spreiding van warmteopties binnen wijken (‘opt-out’). Ofwel het verwachte percentage woningen en gebouwen dat een andere warmteoptie dan de voorkeurswarmteoptie in een wijk zal kiezen,
Op basis van de warmteopties per wijk zoals weergeven in figuur 6 en de opt- out zoals hierboven aangegeven in tabel 3, kunnen we een inschatting maken van de verwachte spreiding over de drie categorieën warmteopties. In figuur 7 is dit weergegeven. Met de kennis van nu schatten we in dat ongeveer evenveel woningen en gebouwen op een warmtenet zijn aangesloten als een all-electric oplossing (incl. bronnet) zullen hebben in 2050. Voor een deel van het vastgoed zal duurzaam gas in combinatie met een hybride warmtepomp de eindoplossing worden (‘gasnet’ zoals in de figuur hieronder).
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Keuzevrijheid en maatwerk per wijk
Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede