Het onderzoeksbeeld dat is ontstaan na de analyse laat zien in welke wijken er een robuuste uitkomst is van meerdere modellen en waar er geen of minder consensus is tussen de modellen. Het onderzoeksbeeld is de basis voor de keuze van een warmteoptie en transitiepad per wijk. Rekenmodellen zijn echter niet onfeilbaar en werken op basis van allerlei aannames, inputdata en bevatten diverse onzekerheden.
Naast de laagste maatschappelijke kosten hebben we dus ook gekeken naar de ligging van het huidige warmtenet (de bestaande infrastructuur), de beschikbaarheid van warmtebronnen en de duurzaamheid van bronnen (zie ook het volgende hoofdstuk). Daarnaast zijn de uitkomsten gevalideerd met de werkgroep en zo nodig gecorrigeerd op basis van lokale afwegingen en informatie.
Per wijk is bijgehouden wat de afweging precies is geweest om tot een warmteoptie te komen. Deze afwegingen en de uiteindelijke warmteoptie per wijk zijn te vinden in bijlage F. Het resultaat wordt weergegeven in de warmteoptiekaart (figuur 6), die tevens is opgenomen in bijlage D.
Figuur 6: Warmteoptie per wijk
Uitkomsten van de analyse
Als we inzoomen op figuur 6 zien we dat in een flink aantal wijken in de stad Enschede een warmtenet als voorkeursoplossing naar voren komt.
De maatschappelijke kosten voor een warmtenet zijn in al deze groengekleurde wijken het laagste. De donkergroene kleur betekent dat we hier verwachten dat er een mix van een warmtenet en een bronnet komt. Dat zijn wijken waar zowel veel woningen als bedrijfsgebouwen, kantoorgebouwen en utiliteitsgebouwen staan. Voor dergelijke gebouwtypen is een bronnet namelijk vaak ook een interessante optie in plaats van een warmtenet. In Enschede hebben we echter wel te maken met een lage potentie voor WKO. Hierdoor is een bronnet lastiger te realiseren. Bedrijfsgebouwen kiezen dan mogelijk toch voor aansluiting op het warmtenet of voor een all-electric oplossing. Bij de grote bedrijventerreinen zien we diverse mogelijke eindoplossingen.
All-electric voor woningen zal slechts in een beperkt aantal wijken in de stad Enschede de voorkeursoplossing zijn naar we nu al kunnen voorzien. En wel in de blauwgekleurde wijken. In deze wijken is het belangrijk om stapsgewijs toe te werken naar het benodigde isolatieniveau om zo de overstap naar all-electric, een warmtepomp, te kunnen maken op termijn. Daarnaast zal voor nieuwe (eengezins)woningen (gebouwd na 1995) verspreid over de hele gemeente naar verwachting ook vaak gekozen worden voor een all-electric oplossing.
Er zijn ook wijken waar we de best passende oplossing nog niet van kennen. In alle oranje gekleurde wijken liggen de kosten van de opties dicht bij elkaar. Hier starten we met isoleren. Bij de herziening van de Transitievisie kijken we of het dan wel duidelijk is welke eindoplossing hier het beste past.
In Glanerbrug en Lonneker verwachten we niet dat bebouwing aangesloten gaat worden op het huidige warmtenet van Enschede. Ook een lokaal warmtenet ligt niet direct voor de hand omdat er geen lokale warmtebronnen voor handen zijn. In Boekelo kan in de toekomst een warmtenet nog een optie worden. Het beeld is nu dat deze dorpen deels naar all-electric gaan en voor een deel is de eindoplossing ook nog niet bekend. Sowieso zal de focus hier in eerste instantie liggen op isoleren.
Voor het buitengebied geven deze modellen geen uitkomst. Aansluiting op een warmtenet is daar niet mogelijk. Over het algemeen is voor woningen in het buitengebied die na 1995 gebouwd zijn all-electric een goede optie. Voor andere woningen zal de focus moeten liggen op warmtebesparing door isolatie en op een hybride warmtepomp als tussen- of mogelijk zelfs eindoplossing.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Aardgasvrije warmteoptie per wijk
Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede