Een tweede en zeer belangrijk aspect bij de keuze voor een duurzame energie-infrastructuur is dat deze (op termijn) kan worden gevoed met duurzame energiebronnen, waardoor gedurende de warmtetransitie de
CO2-uitstoot verder kan dalen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afneemt. Het einddoel is immers niet alleen aardgasvrij, maar ook
CO2-neutraal. We maken daarbij onderscheid tussen gas, elektriciteit en warmte. Per energiedrager of -bron (gas, warmte, elektriciteit) is de toekomstige beschikbaarheid en de mogelijkheid om op termijn te verduurzamen geanalyseerd, op basis van de kennis van nu. In bijlage C, hoofdstuk C3.3 wordt hier nader op ingezoomd.
Gas
De inschatting is dat in Enschede op de lange termijn (zie figuur 9) voor het voeden van warmtenetten en gasnetten nog een gasvraag over zal blijven van ongeveer 15% van de huidige gasvraag.15 % van de huidige gasvraag is gelijk aan de beoogde landelijke productie van groen gas in 2030. In de bespaar- wijken waar het gasnet voorlopig blijft liggen is het noodzakelijk om het gasverbruik sterk te reduceren door te isoleren en over te gaan op hybride systemen.
Elektriciteit
Ten aanzien van all-electric zien we wat betreft efficiëntie een grote variatie tussen oplossingen (zie figuur 8). Voor CO2-besparing op de korte termijn is het belangrijk om de meest CO2-arme oplossingen te stimuleren, zoals warmtepompen. Daarnaast is het zo dat all-electric oplossingen een grote impact op het elektriciteitsnet hebben vanwege de hoge piekbelasting.
De hoge piekbelasting van all-electric oplossingen ontstaat doordat inwoners en bedrijven in het stookseizoen (vooral de winter) elektriciteit gebruiken voor verwarming. Daardoor hebben zij ook een grotere kans op afhankelijkheid van fossiele bronnen op de lange termijn dan warmtenetten, omdat er op dit moment nog onvoldoende duurzame elektriciteit is - zeker in de winter - en gascentrales mogelijk moeten bijspringen om de piekbelasting op te vangen. Desondanks zorgt een warmtepomp door de hoge efficiëntie nu al voor een vermindering van de CO2 uitstoot, zelfs wanneer de stroom volledig uit een gasgestookte centrale zou komen.
Het merendeel van de duurzame elektriciteit, die nodig is voor het duurzaam verwarmen van Enschede zal van buiten de gemeentegrenzen moeten komen.
Uiteraard wordt er ook in de stad zoveel mogelijk elektriciteit opgewekt. Voor de Transitievisie Warmte is aangenomen dat er voldoende elektriciteit op nationaal en internationaal niveau duurzaam kan worden opgewekt. Ook de stad en de regio zullen hier dus een bijdrage aan leveren. De bijdrage in duurzame opwek op land vanuit de stad en regio wordt bepaald in de RES Twente en de Enschedese concept Energievisie. Een overzicht van de verwachte toename van de elektriciteitsvraag door de warmtetransitie is gevisualiseerd in figuur 10. Een grotere afhankelijkheid van elektriciteit heeft ook een nadelig effect op de snelheid waarmee we de transitie kunnen realiseren, omdat het elektriciteitsnet (laagspanningsnet en op sommige plekken het middenspanningsnet) niet is afgestemd op een groeiende vraag naar elektriciteit. Daarom is het noodzakelijk dat netverzwaring plaats gaat vinden. Dit kost tijd en kan daarom tempobepalend zijn. De impact op het elektriciteitsnet van bepaalde collectieve oplossingen, zoals een warmtenet is lager dan die van een individuele all- electric oplossing. De CO2-uitstoot van een warmtenet met een mix van diverse duurzame bronnen kan daarom sneller dalen dan die van all-electric zijn onder andere elektrisch rijden en een toenemende vraag voor koeling door de gevolgen van klimaatverandering. Deze laatste heeft een beperkte impact. Door deze ontwikkelingen zullen aanpassingen aan het elektriciteitsnet in sommige wijken sowieso nodig zijn. Meer informatie over dergelijke ontwikkelingen en de impact hiervan op de toename op de elektriciteitsvraag is terug te vinden in bijlage C.
Warmte
Naast duurzame elektriciteit en gas zijn er ook duurzame warmtebronnen nodig in de stad om de wijken die worden aangesloten op collectieve warmtenetten te voorzien van duurzame warmte. Onder warmte wordt de warmte verstaan die door een warmtenet naar gebouwen wordt gebracht. Omdat warmte lastiger te transporteren is dan gas en elektriciteit, moeten warmtebronnen, in tegenstelling tot gas en elektriciteit, lokaal of in de regio beschikbaar zijn. Naast de beschikbaarheid van de warmtebron is ook de temperatuur van de warmtebron van belang. Ook moet het warmtenet voldoende capaciteit hebben om de warmte van de bron naar de woningen en gebouwen te transporteren. Deze analyses worden beschreven in de volgende paragraaf.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Mogelijkheden om energiebronnen te verduurzamen
Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede