Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3

Warmtenet: capaciteit infrastructuur en beschikbaarheid bronnen

Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede

Om te kunnen bepalen of er voldoende duurzame warmte beschikbaar is en blijft en of de warmtenet-infrastructuur hiervoor toereikend is, moeten we een goede inschatting hebben van hoeveel woningen en bedrijven naar verwachting op het warmtenet aangesloten zullen gaan worden tussen nu en 2050. Zie daarvoor figuur 11. In de figuur zien we de ontwikkeling van de warmtevraag. De groei van nieuwbouw is hierin nog niet meegenomen. Op basis van een analyse van het huidige warmtenet en van de capaciteit van alle leidingen zien we dat er met de huidige infrastructuur nog een flinke groei van het warmtenet mogelijk is. De infrastructuur biedt voldoende capaciteit om tot tenminste 31.000 aangesloten WEQ25 door te groeien. Alleen in Centrum+Noord kan er op termijn mogelijk een knelpunt ontstaan. Dat kan opgelost worden door daar lokaal bronnen toe te voegen. Bijvoorbeeld geothermie als alternatieve bron voor afval als blijkt dat er potentie is om deze bron op termijn te ontsluiten. Er is genoeg tijd om mogelijkheden hiervoor te onderzoeken. Ondertussen kan het warmtenet zeker verder groeien. Figuur 12 geeft een verdeling van de mogelijkheden tot groei van het warmtenet in Zuid, West en Centrum + Noord. Figuur 12: Huidige aansluitingen warmtenet in Enschede en mogelijkheden tot groei binnen het transportnet voor drie deelgebieden.24 Beschikbaarheid duurzame warmtebronnen Warmte voor het warmtenet kan zowel uit bronnen van hoge als lage temperatuur worden geleverd. Er is een inventarisatie gemaakt van alle mogelijke warmtebronnen voor een warmtenet (zie bijlage C, paragraaf C3.3). Naast de B-hout biomassacentrale van Twence is er ook zeer veel restwarmte van de afvalverbranding beschikbaar. Dit wordt momenteel beperkt gebruikt om het warmtenet te voorzien van warmte in het winterseizoen. In de huidige situatie is er dan ook meer dan voldoende (rest)warmte beschikbaar. De huidige installaties kunnen aan ongeveer 85.000 WEQ warmte leveren.26 Dat is meer dan het aantal woningen en gebouwen dat met de huidige inzichten in 2050 aangesloten wordt op een warmtenet in Enschede. We hebben ook gekeken naar een scenario waarin de beschikbare hoeveelheid restwarmte op termijn veel lager zal zijn. Daarbij houden we rekening met de ontwikkeling naar een circulaire economie waarin de hoeveelheid afval drastisch wordt beperkt. Dat heeft invloed op de beschikbaarheid van restwarmte bij de afvalverbrandingsinstallatie van Twence. In een zeer conservatief scenario is er in 2050 geen biomassa beschikbaar. De B-houtinstallatie die nu het warmtenet voedt is buiten gebruik. Daarnaast is er nog maar heel beperkt afval beschikbaar. Als we ervan uitgaan dat tweederde van het regionale afval gerecycled wordt en er geen afval meer geïmporteerd wordt, blijft er slechts een beperkte hoeveelheid restwarmte bij Twence beschikbaar in 2050 om Enschede en andere steden in de regio van warmte te voorzien. Daarnaast is er aan lokale bronnen in de stad Enschede ook nog beperkt lokale warmte beschikbaar. Dit is bij elkaar zeker genoeg om het warmtenet in Enschede te laten groeien naar 30.000-35.000 WEQ. Voor groei naar 40.000-45.000 WEQ zoals voorzien voor 2050 zijn in dit conservatieve scenario extra bronnen nodig. De komende 10 jaar zullen we de ontwikkeling en mogelijkheden van geothermie in Nederland en Twente dan ook nauwgezet volgen en verder onderzoeken. Daarnaast blijven we volgen hoe de circulaire economie zich ontwikkelt.

Rechtspraak bij dit artikel