Om de transitie betaalbaar te houden is het belangrijk om te bekijken hoe we ervoor zorgen dat de meeste gebouweigenaren kiezen voor de warmteoptie die in hun wijk de voorkeur heeft. Voor woningeigenaren geldt dat zij in principe zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd keuze is. Niet in alle wijken komt een warmtenet, all-electric vraagt om vergaande isolatie die niet altijd technisch haalbaar of betaalbaar is, en het gasnet zal in veel wijken uiteindelijk verdwijnen.
Het lijkt maatschappelijk niet kosteneffectief om een dubbele infrastructuur aan te leggen, maar zoals eerder beschreven verwachten we in alle wijken een bepaald percentage “opt-out”. Niet overal is de voorkeursoplossing logisch in de wijk en eigenaren kunnen ervoor kiezen om zelf een individuele oplossing of een kleinschalige warmteoplossing met bronnet te realiseren. Voor wijken waar een all-electric oplossing wordt voorzien is er geen keuze. Daar is het elektriciteitsnet straks de enige infrastructuur. In het geval van warmtenetten geldt over het algemeen dat hoe meer opt-outs er zijn, hoe duurder de realisatie van het warmtenet in de wijk wordt, wat een negatief effect heeft op de betaalbaarheid. Een belangrijk dilemma voor de gemeente als regisseur van de transitie is daarom in welke mate en op welke manier zij sturend wil zijn in het realiseren van de voorkeursoptie per wijk. De gemeente heeft op dit moment binnen de huidige wetgeving nog geen juridische instrumenten om te sturen op de voorkeursinfrastructuur en op de keuzes van woningeigenaren.
Met de komst van de Omgevingswet gaat dat veranderen.
Bij het opstellen van (wijk)uitvoeringsplannen zal de gemeente, na vaststellen van de Transitievisie door de raad, deze Transitievisie als uitgangspunt nemen voor het gesprek met de wijk, het ontwikkelen van een gemeentebrede aanpak voor isolatie en all-electric oplossingen en het opstellen van (wijk) uitvoeringsplannen (zie hoofdstuk 8). De praktijk zal leren of verdergaande regie wenselijk of zelfs noodzakelijk is om de ambitie aardgasvrij in 2050 te halen en welke manieren van sturing hiervoor het meest effectief zijn. Als uitwerking van het Klimaatakkoord beraadt ook de Rijksoverheid zich met partners zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op meer sturingsmogelijkheden voor gemeenten.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.3
Hoe sturend wordt de Transitievisie Warmte?
Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede