Als er beoordeeld wordt of er sprake is van gebruikelijke hulp of niet, gelden de regels uit hoofdstuk 3. Er zijn enkele uitzonderingen en situaties die bij persoonlijke verzorging gelden:
De ouder/verzorger heeft zelf beperkingen
Er wordt niet van gebruikelijke hulp gesproken als de ouder/verzorger beperkingen heeft en/of kennis en vaardigheden mist om gebruikelijke persoonlijke hulp uit te voeren.
Beschikbaarheid ouder/verzorger vanwege werk
Als een ouder/verzorger niet beschikbaar is door werk (in het buitenland) en persoonlijke verzorging bij jeugdigen niet uitgesteld kan worden spreken we van bovengebruikelijke hulp.
Persoonlijke verzorging tijdens kinderopvang
Voor aanvullende hulp die nodig is aan opvang/zorg instanties die kinderopvang bieden kan een voorziening worden verstrekt. Het betreft dan de niet-uitstelbare persoonlijke verzorging zoals het geven van sondevoeding aan een baby tijdens de kinderopvang. Dit is bovengebruikelijke hulp.
Persoonlijke verzorging tijdens onderwijs
De school biedt de gangbare en normale dagelijkse zorg. Dit is bijvoorbeeld het strikken van veters, hulp bij toiletgang en het aantrekken van een jas. We spreken van bovengebruikelijke hulp als er sprake is van niet-uitstelbare hulp die ouders/verzorgers tijdens schooltijden moeten geven.
Intieme persoonlijke verzorging voor een jeugdige ouder dan 12 jaar
Als een jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van de ouder/verzorger wordt er ook geen bijdrage verwacht van de ouder/verzorger. In deze situatie is er sprake van bovengebruikelijke hulp.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Persoonlijke verzorging en gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregel afwegingskader gebruikelijke hulp Jeugdwet gemeente West Maas en Waal 2023