Als er beoordeeld wordt of er sprake is van gebruikelijke hulp of niet, gelden de regels uit hoofdstuk 3. Er zijn enkele situaties en uitzonderingen die bij persoonlijke verzorging gelden.
De ouder/verzorger heeft zelf beperkingen
Er wordt niet van gebruikelijke hulp gesproken als de ouder/verzorger beperkingen heeft en/of kennis en vaardigheden mist om gebruikelijke begeleiding uit te voeren.
Begeleiding gedurende werk ouders/verzorgers
Als een ouder/verzorger niet beschikbaar is door werk in het buitenland en begeleiding bij jeugdigen niet uitgesteld kan worden spreken we van bovengebruikelijke hulp.
Begeleiding tijdens onderwijs
Een concentratieprobleem van een kind kan op zichzelf geen reden zijn voor het inzetten van begeleiding. In het kader van passend onderwijs voorziet de school dan in de begeleiding. Dit is ook het geval bij kinderen met leerproblemen. Dit zijn problemen die onderwijsgebonden zijn en daarmee behoren tot het onderwijs. Begeleiding in de vorm van toezicht kan aangewezen zijn als het gedrag van een kind de omgang met andere leerlingen bemoeilijkt. Hierbij kan er gedacht worden aan begeleiding bij schoolzwemmen/schoolgym.
Begeleiding naar ziekenhuis
Als een kind meerdere keren per week naar het ziekenhuis moet, door bijvoorbeeld een nierdialyse, is het gebruikelijk dat een ouder meegaat. Het is niet mogelijk om een individuele voorziening te krijgen. De uren worden meegenomen in de weging van de mogelijke (over)belasting van ouders en voor de zorg voor het kind.
Begeleiding naar (sport) activiteiten
Het is gebruikelijk dat ouders met hun kind meegaan naar een sportactiviteit of zwemles.
Begeleiding tijdens (sport) activiteiten
Om te bepalen of dat er sprake is van gebruikelijke hulp moet beoordeeld worden of met de begeleiding van ouder/verzorger de deelname aan het maatschappelijk verkeer bevorderd wordt dan wel een bijdrage wordt geleverd aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. Hierbij is beoordeling nodig of de activiteit belangrijk is om te ontwikkelen in participeren in het sociale domein.
Ouderlijk toezicht
Ouderlijk toezicht aan kinderen valt onder gebruikelijke hulp. Kinderen tot 3 jaar hebben volledige verzorging en begeleiding van een ouder/verzorger nodig. Bovengebruikelijke toezicht is toezicht dat nodig is vanwege de stoornis, aandoening of beperking van het kind. Voorbeeld hiervan is ook permanent toezicht. Dit in de zin van actieve observatie.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Begeleiding en gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregel afwegingskader gebruikelijke hulp Jeugdwet gemeente West Maas en Waal 2023