Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.

Intake en behandeling van initiatieven

Onderdeel van Ruimtelijke beleidsregel scootmobielstallingen

Zowel individuele inwoners, projectontwikkelaars, verhuurders, als gemeentelijke klantmanagers van het sociaal domein worden voor de plaatsing van een scootmobielstalling begeleid door een case manager van de fysieke leefomgeving (een vergunningverlener of medewerker gebiedsontwikkeling). De case manager weegt namens het college de relevante belangen zoals voor wat betreft gezondheid, sociaal, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. In de dienstverlening aan initiatiefnemers spant de gemeente zich in om de plaatsing van scootmobielstallingen te categoriseren als vergunningvrij bouwwerk. Dat kan met zich meebrengen dat de klant de suggestie krijgt om de situering op het perceel te optimaliseren. Als a) de categorisering als vergunningvrij bouwwerk niet mogelijk is, en b) een klant een scootmobielstalling nodig heeft, en als c) het gaat om een enkelvoudige stalling (voor één scootmobiel) d) niet in de openbare ruimte (niet op gemeentegrond), die e) voor wat betreft situering op het perceel, materiaaluitvoering en kleur niet onveilig of bijzonder storend is, hierbij mitigerende maatregelen zoals afscherming met beplanting meewegende, f) niet in de directe nabijheid van een monument of cultuurhistorisch waardevol gebouw of ensemble en g) niet aan de voorzijde van een gebouw in het centrumgebied van Schijndel, Veghel, Erp of Sint-Oedenrode (zoals aangeduid in de algemene welstandsnota), dan krijgt de klant de suggestie om geen aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Bij initiatieven die niet voldoen aan de pragmatische criteria wordt de klant naar een vergunningaanvraag verwezen. Vergunningplichtige scootmobielstallingen anders dan de voornoemde, worden bij de behandeling van de vergunningaanvraag welwillend beoordeeld. Vanuit eventuele inhoudelijke kanttekeningen (bijvoorbeeld de verhouding van de scootmobielstalling tot een monument) kunnen voorschriften verbonden worden aan de omgevingsvergunning. Bij vergunningverlening in afwijking van het bestemmingsplan wordt onder de noemers van ruimtelijke ordening en (financieel-economische) uitvoerbaarheid bij overeenkomst het risico van nadeelcompensatie bij de initiatiefnemer gelegd.

Rechtspraak bij dit artikel