De burgemeester is bevoegd om een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen, in de vorm van een specifieke gedragsaanwijzing. Dit houdt in dat de overlastgever een gebod of verbod krijgt om iets te doen of na te laten gedurende een bepaalde periode. Als er een gedragsaanwijzing is opgelegd, dan moet er toezicht worden uitgevoerd op de naleving van de voorschriften. De wijze van toezicht is altijd maatwerk.
Uitgangspunt is dat er tegen elke overtreding van de gedragsaanwijzing wordt opgetreden. Er wordt met andere woorden een dwangsom verbeurd of er wordt bestuursdwang toegepast. Er wordt geen waarschuwing meer gegeven, omdat - wanneer er een gedragsaanwijzing wordt opgelegd - de overlastgever vanuit de voorliggende aanpak van woonoverlast al voldoende is gewaarschuwd. Dat er gehandhaafd wordt, is met andere woorden geen verrassing meer voor de overlastgever. Een constatering blijft 13 maanden staan.
Last onder dwangsom
Een last onder dwangsom opgelegd, om de overlastgever te stimuleren de situatie zelf te verbeteren. De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de situatie. Er wordt gewerkt met een standaard bedrag van € 500,- per overtreding, met een cumulatief maximum van € 3.000, -. Er kan van dit standaard bedrag worden afgeweken als er maatwerk verlangd wordt.
Last onder bestuursdwang
Een last onder bestuursdwang kan worden opgelegd als de situatie daar om vraagt. De verwachting is dat hier vaak sprake van is. Bij woonoverlast-zaken zijn lange voortrajecten doorlopen, alvorens de burgmeester een casus voorgelegd krijgt. In dit stadium moet snel een einde worden gemaakt aan de hinder. De last kan ook een verbod voor de overlastgever inhouden om tijdelijk aanwezig te zijn in de woning en/of op het erf, een aanwezigheidsverbod. Het verbod geldt voor de duur van 10 dagen, maar kan bij vrees voor herhaling verlengd worden tot ten hoogste vier weken. Het doel van het tijdelijk aanwezigheidsverbod is om ervoor te zorgen dat de overlast tijdelijk stopt. Er ontstaat met andere woorden een adempauze voor de betrokken partijen. Hierdoor ontstaat er ruimte om tot een definitieve oplossing voor de overlastproblematiek te komen. Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden dan kan uiteindelijk overgegaan worden tot sluiting van de woning op grond van artikel 174a Gemeentewet.
Afwijkingsbevoegdheid
De burgemeester heeft bij zijn besluitvorming over de te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen in de escalatieladder gelden daarbij als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. Bij een dergelijk besluit wordt dit expliciet gemotiveerd.