**1..** Een lid van het Algemeen Bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen, voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.
**2..** Indien een lid van het college van burgemeester en wethouders het door het college van burgemeester en wethouders aangewezen lid van het Algemeen Bestuur ter verantwoording wenst te roepen omtrent een onderwerp, vreemd aan de orde van de dag, verzoekt hij daartoe het verlof van het college van burgemeester en wethouders.
**3..** Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met de vragen die hij wenst te stellen, ten minste viermaal vierentwintig uur vóór de aanvang van de vergadering in handen van de voorzitter van het college van burgemeester en wethouders. Deze zorgt, dat de leden van het college van burgemeester en wethouders daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis krijgen.
**4..** Indien het verlof wordt verleend, bepaalt het college van burgemeester en wethouders tevens in welke vergadering de interpellatie wordt gehouden.
**5..** De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.
Hoofdstuk III. › Paragraaf
Artikel 20.
Artikel 20.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant