Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.1

Analyse van inzichten Vergunningverlening

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2023-2026

Inleiding De gemeente Valkenswaard beschikt niet over voldoende personeel en financiële middelen om het verlenen van omgevingsvergunningen en het afhandelen van meldingen volledig zelf uit te voeren of te laten uitvoeren. Het voeren van beleid is noodzaak. Beleid voeren betekent dus kiezen welke inspanningen wij op dit gebied verrichten. Het maken van een goede keuze begint bij een inventarisatie van welke concrete taken wij op het gebied van vergunningverlening en afhandeling van meldingen hebben. Daarna vindt –binnen de wettelijke c.q. juridische mogelijkheden– prioritering plaats. Stap 1: Inventarisatie concrete taken op gebied van vergunningverlening en meldingen De Wabo bepaalt in artikel 5.1 voor welke wetgeving (o.a. Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Woningwet, Wet Natuurbescherming, etc.) de Wabo van toepassing is en welke overheidsinstantie het bevoegd gezag is. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij het bevoegd gezag. De wetgeving bepaalt ook dat de Omgevingsdienst een aantal milieutaken, de basistaken, voor ons moet uitvoeren. Wij voeren dus geen basistaken uit maar zijn wel verantwoordelijk voor de besluitvorming. Ook de niet verplichte milieu gerelateerde taken voert de Omgevingsdienst voor ons, als verzoektaak, uit. Voor de uitvoering van de basis- en verzoektaken geldt specifiek beleid, namelijk uniform regionaal uitvoeringsbeleid4ROK vergunningverlening ODZOB . Voor de volgende concrete taken, die wij zelf uitvoeren, zijn wij het bevoegd gezag: Wet Artikel Omschrijving Wabo 2.1, lid 1 onder a Omgevingsvergunning activiteit “Bouwen van een bouwwerk” 2.1, lid 1 onder b Omgevingsvergunning activiteit “Uitvoeren van een werk of werkzaamheden” 2.1, lid 1 onder c Omgevingsvergunning activiteit “Gebruik in strijd met bestemmingsplan” 2.1, lid 1 onder d Omgevingsvergunning activiteit “Brandveilig gebruik” 2.1, lid 1 onder e Omgevingsvergunning voor het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk, 2.1, lid 1 onder f Omgevingsvergunning activiteit “Beschermde rijks-monumenten” 2.1, lid 1 onder g Omgevingsvergunning activiteit “Slopen”(o.a. bestemmingsplan/voorbereidingsbesluit) Wabo/ Erfgoedverordening 2.2, lid 1 onder b en c/ Erfgoedverordening Omgevingsvergunning activiteit “Beschermde gemeentelijke (archeologische/ groen) monumenten” en “een als zodanig verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht” 2.2, lid 2/ Erfgoedverordening Omgevingsvergunning voor objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart Wabo/ APV 2.2, lid 1 onder d juncto art. 2:11 APV Omgevingsvergunning activiteit “(Wijzigen) aanleg weg” 2.2, lid 1 onder e Omgevingsvergunning activiteit “een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen” 2.2, lid 1 onder g juncto 4:11 APV Omgevingsvergunning activiteit “(Doen) vellen van een houtopstand” 2.2, lid 1 onder h Omgevingsvergunning activiteit “op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken” Bouwbesluit 1.18 Gebruiksmelding 1.26 Sloopmelding Figuur 3: Tabel 1 Wabo gerelateerde uitvoeringstaken Stap 2: Prioritering Niet alle voorschriften in het Omgevingsrecht zijn rechtstreeks van toepassing op initiatiefnemers, bewoners en/of gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein, maar vormen toetsingsgronden waaraan het college een ingediende aanvraag om omgevingsvergunning toetst. Op deze manier vindt de waarborging plaats dat in overeenstemming met de geldende regelgeving wordt gehandeld. Dit brengt met zich mee dat het college de verantwoordelijkheid heeft alleen omgevingsvergunningen te verlenen in overeenstemming met het wettelijke toetsingskader. Wij toetsen de aanvragen om omgevingsvergunning dan ook integraal, zoals de aard van het vergunningenstelsel dit ook verplicht. Het is daarom niet mogelijk om invulling aan deze taak te geven door middel van bijvoorbeeld een selectieve of steekproefsgewijze toetsing of het naar eigen inzicht bepaalde onderdelen van de regelgeving wel en andere niet te controleren. Ook prioritering binnen de diverse (deel)activiteiten omgevingsvergunning achten wij daarom niet aan de orde c.q. relevant. Wel biedt het wettelijke kader gemeenten de ruimte om –op basis van een risicoanalyse– te variëren in intensiteit van toetsing van (verschillende typen bouwwerken) aan het Bouwbesluit. Variëren in de intensiteit van toetsing is noodzakelijk om de beschikbare capaciteit effectief in te zetten. Om te bepalen met welke intensiteit een bepaald onderdeel binnen het Bouwbesluit wordt getoetst, hebben wij -conform de procescriteria in het Bor en Mor en de “Kwaliteitscriteria”- aansluiting gezocht bij de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit (LTB 2012). Prioriteiten bij de lokaal meest voorkomende typen bouwwerken zijn daarbij bepaald aan de hand van het -door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie ontwikkelde- instrument van de “risicomatrix”. Gemeenten kunnen met dit instrument op een snelle maar verantwoorde wijze prioriteiten stellen. De ingevulde risicomatrix is hierna opgenomen. Toelichting ingevulde risicomatrix Voor een toelichting op de ingevulde risicomatrix (uitleg effecten, schalen, en dergelijke) verwijzen wij naar bijlage 1. Voor vergunningverlening hebben wij aan de hand van de risicomatrix behorend bij de analyse van inzichten (zie in bijlage 2) bepaald welke bouwwerken prioriteit hoog, midden en laag hebben: Prioriteit Hoog Prioriteit Midden Prioriteit Laag Meerlaagse hoofdgebouwen zoals: woongebouwen, appartementen, kamerverhuur Logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel Maatschappelijke gebouwen, scholen, (kinder)-dagverblijven, zorg, sport Woningen (grondgebonden, bijv. eengezinswoningen) Uitbouw, aanbouw, bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging of gelijkwaardig Bouwwerken geen gebouw zijnde Figuur 4: Prioriteiten vergunningverlening Bouwwerken met een hoge prioriteit krijgen bij de vergunningverlening de meeste aandacht en worden voor veiligheid getoetst op het hoogste niveau. De midden en lage prioriteit bouwwerken krijgen minder aandacht en toetsen wij op een lager niveau. Echt geen prioriteit geven aan een vergunningaanvraag is wettelijk gezien niet mogelijk aangezien er te allen tijde een vergunning of besluit genomen dient te worden. Bij de vergunningenstrategie in hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel