Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.5

(Tussentijdse) winstneming

Onderdeel van Nota grondbeleid gemeente Vlaardingen 2022

Een ruimtelijke ontwikkeling waaraan een vastgestelde grondexploitatie ten grondslag ligt, kan tot een eindresultaat met een positieve eindwaarde (winst) leiden, maar gedurende de looptijd van de vastgestelde grondexploitatie kan sprake zijn van een tussentijdse winstneming. Vanuit de BBV bestaat de verplichting om tussentijdse winstneming toe te passen. Het nemen van tussentijdse winst op (meerjarige) grondexploitaties wordt beheerst door het voorzichtigheidsbeginsel. Dit houdt in dat positieve resultaten, oftewel winsten, pas in de jaarrekening kunnen worden verwerkt als deze met voldoende zekerheid vaststaan en dus zijn gerealiseerd, waarbij tussentijdse winstneming bij iedere grondexploitatie afzonderlijk wordt bezien. Voor het bepalen of sprake is van tussentijdse winstneming en de omvang hiervan wordt de POC-methodiek gehanteerd. De POC-methodiek staat voor ‘percentage of completion methode’ en houdt in dat de tussentijdse winst op basis van gerealiseerde kosten en gerealiseerde opbrengsten naar rato van de voortgang van de grondexploitatie wordt berekend. Een tussentijdse winstneming wordt in de jaarrekening ter besluitvorming door het college van B&W aan de gemeenteraad voorgelegd. (Tussentijdse) winsten kunnen worden ingezet om risico’s in grondexploitaties te kunnen opvangen, de in toekomstige grondexploitaties verwachte tekorten op te vangen, het weerstandsvermogen van de gemeente te versterken en incidentele uitgaven van de organisatie te dekken. Het is niet toegestaan een (tussentijdse) winstneming duurzaam voor het opvangen van structurele lasten in de begroting in te zetten. BELEIDSSTANDPUNT 9: Voor het bepalen van (tussentijdse) winstneming hanteert de gemeente het realiteitsbeginsel. De omvang van de (tussentijdse) winstneming wordt door het voorzichtigheidsbeginsel beheerst en met de POC-methode bepaald, waarbij de (tussentijdse) winstneming primair wordt ingezet om risico’s in vastgestelde grondexploitaties op te vangen en secundair wordt benut om het weerstandsvermogen van de gemeente te versterken.

Rechtspraak bij dit artikel