Jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet omvat onder andere het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging. De hulp is gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij de jongere.

Persoonlijke verzorging betreft hulp en zorg bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het gaat dan onder andere om de volgende activiteiten (niet uitputtend):

  • - wassen
  • - aankleden en uitkleden
  • - aanbrengen of aantrekken van hulpmiddelen, prothesen, elastische kousen
  • - eten en drinken
  • - toedienen van sondevoeding
  • - zich verplaatsen (in/uit bed, in/uit bad, van bed naar stoel)
  • - naar het toilet gaan (aanleggen van een urinaal, verwisselen van incontinentiemateriaal)
  • - wisselen van lig- of zithouding
  • - medicijnen innemen
  • - opmaken van het bed van een bedlegerig kind
  • - reguliere huidverzorging, mond- en gebitsverzorging, scheren, hand- en voetverzorging
  • - schoonhouden en verzorgen van stoma en andere onnatuurlijke lichaamsopeningen

Een jongere kan ondersteuning krijgen bij deze ADL-activiteiten, maar de handelingen kunnen ook worden overgenomen. Het stimuleren van de jongere om de persoonlijke verzorging uit te voeren of aan te leren, kan ook onderdeel zijn van de in te zetten hulp.

Persoonlijke verzorging kan ook onder de Wmo 2015 vallen. Maar als er een “behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop” is, valt de zorg onder de Zvw. Bij 'een hoog risico' gaat het om inwoners die nog geen ziekte, aandoening of beperking hebben, maar wel een hoog risico hierop hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld ouderen zijn met een lichamelijke beperking of met dementie. In het algemeen gaat het om inwoners bij wie de gezondheidssituatie snel kan veranderen. Meestal zijn dit inwoners die al veel te maken hebben met huisartsenzorg of ziekenhuiszorg.

De wijkverpleegkundige beoordeelt of er een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop is. Is dit zo? Dan bepaalt de wijkverpleegkundige ook de behoefte aan verpleging en verzorging van de verzekerde naar aard, inhoud en omvang. Is dit niet zo? Dan is het aan het college om te beoordelen of de inwoner in aanmerking komt voor hulp-op-maat. De hulp-op-maat bestaat dan uit hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het gaat meestal niet om het daadwerkelijk douchen en aankleden van inwoners, maar om de begeleiding hierbij.