• - Een inwoner kan in aanmerking komen voor herstelgerichte ondersteuning, indien uit het ingewonnen deskundig advies blijkt dat herstelgerichte ondersteuning een passende voorziening is.
  • - Herstelgerichte ondersteuning kan als zelfstandige maatwerkvoorziening worden geïndiceerd maar kan ook gecombineerd worden met andere hulp-op-maat, indien uit het ingewonnen deskundig advies hiervoor de noodzaak blijkt.
  • - Andere hulp-op-maat wordt niet ingezet wanneer uit het advies van de deskundige blijkt dat die voorziening(en) anti-revaliderend werken voor de inwoner. (ECLI:NL:CRVB:2013:2254 en ECLI:NL:CRVB:2016:1741)
  • - Indien de herstelgerichte ondersteuning voortijds is beëindigd, ontvangt de gemeente een door de deskundige opgestelde afrondende rapportage.
  • - Als herstelgerichte ondersteuning is ingezet als goedkoopst passende voorziening (artikel 2.3.2 lid 3 van de Verordening) en hiervan zonder gegronde reden geen gebruik wordt gemaakt, dan bestaat er ten aanzien van de ondersteuningsbehoefte waarvoor de voorziening is ingezet, geen aanspraak op andere hulp-op-maat. Gegronde reden wil zeggen dat uit het advies van de deskundige blijkt dat er redenen zijn waardoor deelname niet mogelijk is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het niet veilig kunnen deelnemen in de trainingsgroep, de instructies niet kunnen opvolgen of bijvoorbeeld een acute klacht hebben waardoor bewegen niet kan of mag (bijvoorbeeld een gebroken been).