Bestuurders van lichamen zonder rechtspersoonlijkheid of van een rechtspersoonlijkheid bezittend

lichaam dat niet volledig rechtsbevoegd is alsmede leiders van een vaste inrichting van een niet in

Nederland gevestigd lichaam dan wel de in Nederland wonende of gevestigde vaste

vertegenwoordiger van dat lichaam, zijn niet aansprakelijk voor zover zij bewijzen dat de niet-betaling

niet aan hen is te wijten.

Niet-verwijtbaarheid wordt naar redelijkheid en billijkheid beoordeeld, waarbij veel afhankelijk is van

de feitelijke omstandigheden. Zo kan van niet-verwijtbaarheid sprake zijn als een ondernemer,

hoewel hij de nodige voorzieningen heeft getroffen om eventuele tegenslagen in zijn bedrijf het

hoofd te bieden, toch wordt geconfronteerd met niet te voorziene calamiteiten. Daaronder is

begrepen een sterk verslechterde economische situatie van zodanige omvang dat hij ondanks zijn

voorzorgen niet meer in staat is zijn betalingsverplichtingen na te komen.

Ook kan plotseling betalingsonmacht ontstaan door een bijzondere gebeurtenis, bijvoorbeeld een

niet voorzienbare, omvangrijke miscalculatie of door het faillissement van een belangrijke debiteur.

Bij dit laatste geldt echter dat een ondernemer die zijn bedrijf uitoefent op een te zwakke financiële

basis zich niet gemakkelijk op niet-verwijtbaarheid zal kunnen beroepen.