Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Treasurystatuut 2023 Gemeente Leudal

Onder treasury wordt verstaan het kader voor het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden financiële risico’s. In de Gemeentewet en de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) zijn de kaders vastgesteld voor een verantwoorde, bedachtzame en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Gemeente Leudal onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Dit statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Het wettelijk kader De Wet Fido en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasury van de gemeenten. De onderliggende regelingen zijn: Gemeentewet Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) Algemene wet bestuursrecht (Awb) Wet houdbare overheidsfinanciën (wet Hof) Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo); Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (BLDO); Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb); Regelgeving betreffende staatssteun. Op grond van artikel 212 Gemeentewet is de gemeente verplicht een financiële verordening vast te stellen. In de financiële verordening van de gemeente Leudal 2018 zijn de financiële beleidskaders op hoofdlijnen opgenomen. Volgens artikel 13 van de financiële verordening Gemeente Leudal 2018 worden alle zaken met betrekking tot de financieringsfunctie vastgelegd in het treasurystatuut. Dit statuut wordt, indien noodzakelijk geacht, geëvalueerd en herzien. Het statuut wordt vastgesteld door de raad. Randvoorwaarde treasurybeleid Het treasurystatuut kent de kwalitatieve randvoorwaarde dat bankieren met winstoogmerk door decentrale overheden niet is toegestaan. Het aangaan van geldleningen en het uitzetten van middelen evenals het verlenen van garanties en het verstrekken van geldleningen zijn alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak, en dus niet voor het behalen van rendement. Leeswijzer In het treasurystatuut wordt allereerst onder 2.I het begrippenkader toegelicht en worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Vervolgens worden deze onder 2.II geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury te weten: risicobeheer, financiering en garanties en kasbeheer. In 2.III komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Onder 2.IV wordt de inwerkingtreding van het treasurystatuut vermeld. In de Artikelsgewijze toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.

Rechtspraak bij dit artikel