Onder een schoon en leefbaar huis verstaan we dat het huis van de inwoner normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Onder schoon verstaan we basale hygiënische eisen, in de zin dat vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Onder Leefbaar verstaan we: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
De inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap.
Het schoonmaken is gericht op de ruimten in het huis. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van Huishoudelijke Ondersteuning.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Schoon en leefbaar huis
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning