Naar hoofdinhoud
1.1 Algemeen De wettelijke grondslagen en de bevoegdheid waarop dit document 'Beleidsregels bij subsidieverstrekking Sociaal Domein gemeente Goirle' is gebaseerd zijn artikel 149 van de gemeentewet, artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene Subsidieverordening gemeente Goirle (ASV 2017). De Begripsomschrijvingen uit de ASV 2017 zijn van overeenkomstige toepassing. 1.2 Reikwijdte In de ASV 2017 wordt de reikwijdte van de bevoegdheden van het college genoemd. Overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de ASV 2017 zijn de nadere regels voor de beleidsterreinen, waarop subsidies verstrekt worden, opgenomen in dit document 'Beleidsregels voor subsidieverstrekking Sociaal Domein gemeente Goirle 2023', hierna te noemen: 'Subsidieregels'. 1.3 Goirle Glanst als basis Onze beleidsmatige (kader)nota's geven sturing aan de doelen en activiteiten waarvoor subsidies worden verleend. Hierin wordt op hoofdlijnen de gewenste situaties van doelgroepen, thema's of sectoren in doelen, prestaties en activiteiten beschreven. Goirle GLANST vormt de basis van deze Subsidieregels en is hierin zodanig vertaald dat product- en prestatieafspraken met maatschappelijke instellingen mogelijk zijn en dat de doelen van subsidies worden aangegeven. Onze subsidies richten zich steeds meer op de maatschappelijke effecten die bijdragen aan een Goirle waar het ‘goed toeven is’. De gemeente stelt prestaties en resultaten vast in de subsidieverlening die haalbaar, beïnvloedbaar, toetsbaar en meetbaar zijn, op basis van geformuleerde doelstellingen. Waar nodig blijven wij met onze gesubsidieerde samenwerkingspartners in gesprek over de resultaten van de activiteiten. Nadere afspraken over prestaties en resultaten en aanvullende voorwaarden en voorschriften kunnen worden vastgelegd in de beschikking. De doelstellingen uit Goirle GLANST vertalen we als volgt naar deze Subsidieregels: Het vergroten van maatschappelijke participatie van inwoners van de gemeente Het versterken van de kracht van de samenleving Het vergroten van de zelfredzaamheid Het vergroten van de saamhorigheid in de dorpen, waardoor onze inwoners zich verbonden voelen. De speerpunten zijn: - Stimuleren sport, bewegen en cultuur - Tegengaan van eenzaamheid - Behoudt van een gezonde en krachtige jeugd - Investeren in gezond ouder worden - Erkennen en ondersteunen van (jonge) mantelzorgers - Inzetten op inclusiviteit en gelijke kansen voor inwoners - Mogelijk maken van arbeidsparticipatie - Verbinden wonen en zorg 1.4 Soorten subsidies Subsidies onderscheiden zich in juridische zin slechts door het feit of het een incidentele dan wel jaarlijkse subsidie betreft. Daarom maken we een tweedeling in type subsidies: Incidentele subsidie Incidentele subsidies zijn subsidies voor een eenmalige activiteit van een rechtspersoon of een natuurlijke persoon, of een activiteit waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal 2 keer 1 jaar subsidie wil verlenen. Hieronder vallen: Verkenningssubsidie: een éénmalige subsidie ten behoeve van de ontwikkelfase om te komen tot een activiteit. Aanjaagsubsidie: deze subsidie heeft een stimuleringsfunctie voor het uitvoeren van een activiteit en wordt maximaal 2 jaar voor dezelfde activiteit in achtereenvolgende jaren verstrekt. Doelgroep zijn vrijwilligers of vrijwilligersorganisaties. Incidentele uitvoeringsubsidie: deze subsidie is bedoeld voor de uitvoering van gemeentelijke taken waarvan de uitvoering door professionele organisaties wordt gedaan. Deze subsidie wordt maximaal 2 jaar voor dezelfde activiteit in achtereenvolgende jaren verstrekt. Jaarlijkse subsidie De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op voortdurende activiteiten van een rechtspersoon of een natuurlijke persoon en wordt bij voorkeur voor meerdere jaren verstrekt. Hieronder vallen: Glans subsidies: deze vorm van subsidie wordt verstrekt aan verenigingen, inwoners- en vrijwilligersorganisaties met als doel bepaalde subsidiabele activiteiten te stimuleren, te behouden en om waardering te tonen voor deze activiteiten[1]; Exploitatiesubsidie: deze subsidie wordt verstrekt aan organisaties die meer kosten voor hun subsidiabele activiteiten maken dan dat ze opleveren, waardoor zij hun exploitatie niet kunnen rondkrijgen. Meerjarige uitvoeringssubsidie: deze subsidie is bedoeld voor de uitvoering van gemeentelijke taken waarvan de uitvoering geschiedt door professionele organisaties over meerdere jaren. 1.5 Combinatie incidentele en jaarlijkse subsidie Een ontvanger van een jaarlijkse subsidie kan in hetzelfde jaar in aanmerking komen voor een extra incidentele subsidie als de activiteit of het project waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd voldoet aan de volgende voorwaarden: er is geen sprake van reguliere activiteiten waarvoor al structurele subsidie is verleend; naast doelstellingen op het eigen beleidsterrein draagt de activiteit volgens het projectplan bij aan andere gemeentelijke doelstellingen in het sociale domein. 1.6 Afwegingskader Om te komen tot een afwegingskader voor een transparante waardering van maatschappelijke initiatieven werken we met de ‘Waardendriehoek’. Deze is ontwikkeld door het Instituut van Publieke Waarden[2] en in het sociaal domein hebben we hier al enkele jaren ervaring mee opgedaan. Deze driehoek is het kader om maatschappelijke initiatieven te wegen en te beoordelen: daar waar het meer of minder bijdraagt aan een van de pijlers, moet het in voldoende mate gecompenseerd worden in de andere pijlers. De pijlers zijn Rendement (wat levert het op voor onze maatschappij?), Legitimiteit (maakt de inzet van het initiatief een verschil voor de mensen in onze dorpen?) en Betrokkenheid (is er draagvlak voor dit initiatief?). We zijn ons ervan bewust dat dit niet in alle gevallen een sluitend wiskundig model is. Wel is het een bewezen instrument dat de basis biedt voor een inhoudelijk gesprek over objectieve waarden en waardering. We gaan de toepassing ervan voor de beoordeling van subsidieaanvragen verder ontwikkelen. 1.7 Subsidieplafonds Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting door de gemeenteraad worden ook de subsidieplafonds vastgesteld. Het bereiken van een (deel)subsidieplafond is reden om een aanvraag te weigeren. Elk plafond of deelplafond is gekoppeld aan een inhoudelijke opgave, waarvoor de raad een budget ter beschikking stelt. Met het vaststellen van plafonds bepaalt de raad de hoofdlijnen van het subsidiebeleid voor wat betreft de hoogte van subsidies, gekoppeld aan de inhoud op hoofdlijnen. Zo wordt in de begroting voor de incidentele subsidies en meerjarige subsidies een vast bedrag per jaar beschikbaar gesteld. Wanneer het totaal aan aanvragen dat in aanmerking komt voor subsidie het subsidieplafond overschrijdt, wordt door burgemeester en wethouders beoordeeld welke activiteit(en) het meest bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen en speerpunten van Goirle GLANST. We houden hierbij een richtbedrag per kwartaal aan. Dit is een kwart van het totaalbedrag. 1.8 Begrotingsvoorbehoud Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. 1.9 Uitbetaling van de subsidie In de verleningsbeschikking staat beschreven op welke momenten het (deel)bedrag van de subsidie wordt uitbetaald. Subsidies onder de € 5.000 worden in één keer uitbetaald. 1.10 Verantwoording De gemeente Goirle volgt het Rijk in het tegengaan van nodeloze bureaucratie en procedures. In het geval van lage subsidiebedragen, tot maximaal € 5.000 zal er sprake zijn van het samenvallen van verlening en vaststelling met minimale verantwoordingsplicht en aanvraageisen. Glans subsidies aan burgerinitiatieven of vrijwilligersorganisaties worden direct vastgesteld, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag. Er hoeft geen financiële verantwoording te worden overlegd. Wel is het college bevoegd tot steekproefsgewijs controleren van de naleving van de subsidieverplichtingen. Ook vragen we een schriftelijke terugkoppeling van de activiteit en het resultaat of de bereikte effecten ervan. Als de gemeente dit wenst vindt er een voortgangsgesprek plaats. Als het subsidiebedrag hoger is dan € 5.000 dan moet de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indienen bij het college. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, waaruit blijkt dat aan de subsidieverplichtingen is voldaan en welke kosten zijn gemaakt. Als de subsidieverlening hoger is dan € 50.000 dan moet de aanvraag tot vaststelling bij het college bestaan uit tenminste een inhoudelijk verslag, een financieel jaarverslag of jaarrekening, een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop, en een subsidieverklaring. In voorkomende gevallen kan het college bepalen dat een samenstellingsverklaring van een accountant bij de jaarrekening wordt overgelegd. Bovenstaande is niet van toepassing op de Glans subsidies. 1.11 Indexering Voor de exploitatie- en uitvoeringssubsidies is de loon- en prijscompensatie gekoppeld aan de gewogen prijsmutatie voor de overheidsconsumptie. Deze uitgangspunten en richtlijnen worden in de perspectiefnota verwerkt, maar zijn pas definitief wanneer de raad de begroting heeft vastgesteld. Dit betekent dat er niet ieder jaar zonder meer geïndexeerd wordt. 1.12 Reservevorming Organisaties die een jaarlijkse exploitatie- of uitvoeringssubsidie krijgen mogen een (langjarige) algemene reserve hebben. Deze mag maximaal 5% zijn van de verstrekte en te verstrekken subsidie (geconsolideerd). Overschrijding van dit percentage leidt tot verlaging van de subsidie naar rato. Organisatie zijn vrij om voor de realisatie van haar doelstelling(en) andere inkomsten te verwerven. Deze inkomsten en de daaraan gekoppelde uitgaven dienen apart in de jaarrekening zichtbaar gemaakt te worden. Overige reserves dan de algemene reserve mogen alleen met toestemming van de gemeente worden opgevoerd. 1.13 Voorzieningen Voorzieningen mogen alleen met toestemming van de gemeente worden opgevoerd. De met toestemming van het college gevormde voorzieningen mogen door de structureel gesubsidieerde organisatie slechts worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn gevormd. 1.14 Verplichtingen subsidieontvanger Naast de in hoofdstuk 6 van de ASV 2017 vermelde verplichtingen over meldingsplicht bij afwijkingen en overige verplichtingen van de subsidieontvanger is het college bevoegd om nadere verplichtingen in de beleidsregels aan te geven. Eventuele nadere verplichtingen staan beschreven onder het kopje 'nadere verplichtingen' in de hoofdstukken van deze subsidieregels. 1.15 Wet Bibob De Wet Bibob maakt het mogelijk om de achtergrond van een subsidieaanvrager te onderzoeken. Op basis van deze wet is het mogelijk om een subsidieaanvraag te weigeren wanneer er een ernstig gevaar dreigt dat een subsidie wordt misbruikt. Wanneer de Wet Bibob wordt toegepast bij subsidies is vastgelegd in de Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Goirle. Dit beleid is te raadplegen op www.overheid.nl. 1.16 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen en met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 in de ASV 2017, een artikel of artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing - gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger - leidt tot schrijnende gevallen. Dit noemen we in juridische termen “onbillijkheid van overwegende aard”. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit. [1] Voorheen heetten deze subsidies ‘waarderingssubsidies’. [2] Instituut voor Publieke Waarden - www.Publiekewaarden.nl

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel