Naar hoofdinhoud
Met de invoering van de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording wordt de toets op misbruik en oneigenlijk gebruik een van de voorwaarden waaraan het college de uitvoering van haar taken toetst op rechtmatigheid. Daarmee komt dit onderwerp nog nadrukkelijker op de agenda van college en gemeenteraad. Dit overkoepelend beleid is daarmee een onderdeel van het toetsingskader bij de uit te voeren interne audits. De accountant doet bij de controle nog wel een uitspraak in hoeverre misbruik en oneigenlijk gebruik wordt voorkomen en bestreden en of de getroffen maatregelen werken. Deze nota misbruik en oneigenlijk gebruik gaat over het geheel van maatregelen dat we als organisatie nemen om misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving zoveel mogelijk te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. Deze maatregelen hebben betrekking op wet- en regelgeving, voorlichting, controlebeleid, sancties en evaluatie. Gemeentelijke regelingen zijn gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Gevoeligheid treedt bijvoorbeeld op: Wanneer iemand aanspraak maakt op een uitkering; wanneer iemand de verplichting heeft om een heffing te betalen; wanneer de hoogte van een uitkering of heffing afhankelijk is van gegevens die een belanghebbende zelf moet verstrekken. Maar ook functionarissen van een organisatie kunnen in de verleiding of positie komen om handelingen te verrichten of juist na te laten om daarmee persoonlijk gewin te behalen. Hierbij kan sprake zijn van fraude. Daarom moeten we door het treffen van bepaalde maatregelen zoveel mogelijk voorkomen dat misbruik en oneigenlijk gebruik plaatsvindt en/of dat we dit tijdig ontdekken. Onjuist gebruik van gemeentelijke regelingen vindt overigens niet altijd bewust plaats. In veel gevallen is onjuist gebruik het gevolg van gebrekkige kennis van de regels en processen. Deze nota moet u zien als een soort paraplu over het bestaande beleid. De uitwerking vindt namelijk plaats binnen de specifieke regelingen en bijbehorende verordeningen en processen. De meeste regelingen zelf al gebonden aan wettelijke eisen en minimumnormen voor het nemen van maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik. Wij moeten vanzelfsprekend aan deze wettelijke eisen voldoen. Maar wij moeten ook voldoen aan overkoepelende wettelijke eisen zoals de privacywetgeving, die beperkend kunnen werken. Een adequate inrichting en uitvoering van dit beleid draagt bij aan een goede interne beheersing en aan het in control zijn van de organisatie. Bij het vastleggen van de processen in Engage[1] bepalen we aan welk beleid (intensiteit) we moeten voldoen en we toetsen hier jaarlijks via de (verbijzonderde) interne controle op. Deze nota actualiseren we eens in de vier jaar of eerder als daar specifieke aanleiding voor is. Actualiseren is van belang voor het op orde houden van de maatregelen ter bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik en voor het alert houden van de organisatie. [1] Softwarepakket waar we onze procesbeschrijvingen in vastleggen. Leeswijzer Hoofdstuk twee betreft een beschrijving van relevante begrippen, de uitgangspunten en de doelstellingen. In hoofdstuk drie gaan we in op de relatie met rechtmatigheid en integriteit. Vervolgens geeft hoofdstuk vier inzicht in de mogelijke beheersmaatregelen en schetsen we in hoofdstuk vijf een beeld hoe we het beleid waarborgen, uitvoeren en verantwoorden. In hoofdstuk zes geven we een overzicht van de specifieke risicogebieden in Buren. Ook het verschil in intensiteit van de maatregelen wordt uitgelegd en hoe we deze toepassen op de specifieke risicogebieden. Tot slot gaan we in hoofdstuk 7 verder in op de privacy en gegevensbeveiliging. Misbruik en oneigenlijk gebruik heeft niet alleen betrekking op misbruik van middelen. Het kan ook gaan om misbruik van data.

Rechtspraak bij dit artikel