In artikel 59 lid 1 t/m 2 van het BBV is opgenomen:
Alle investeringen worden geactiveerd.
In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Artikel 62 lid 1 BBV bepaalt dat we alle investeringen moeten activeren volgens de zogenaamde brutomethode. Dit betekent dat we deze investeringen activeren voor het bedrag van de investering. (Bestemmings)reserves mogen we niet op de investeringswaarde in mindering brengen.
Indien voor de dekking van kapitaallasten van een investering een reserve is opgebouwd, kan deze reserve gebruikt worden om de jaarlijkse kapitaallasten af te dekken. Dit soort reserves noemen we bruteringsreserves.
De Commissie BBV geeft in haar notitie “verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen” de aanbeveling om deze bruteringsreserves in overeenstemming met de afschrijvingsparameters van de bijbehorende investering via de resultaatbestemming periodiek vrij te laten vallen als dekking van de kapitaallasten.
Uitgangspunt 4:
Bruteringsreserves vallen vrij in overeenstemming met de afschrijvingstermijn van de desbetreffende investering.
Ingevolge het 2e lid van artikel 62 BBV moeten bijdragen van derden met een directe relatie met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht. Het betreft hier bijvoorbeeld rijks-en provinciale bijdragen, bijdragen van personen etc.
Uitgangspunt 5:
Bij investeringen brengen we de bijdragen van derden in mindering op de investering.
In gevolge lid 3 van artikel 62 BBV moeten voorzieningen in mindering gebracht worden op investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
Uitgangspunt 6:
Voorzieningen worden in mindering gebracht op investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1
Investeringen met een economisch nut
Onderdeel van Nota waarderen en afschrijven 2023 Eijsden-Margraten