De Commissie BBV heeft in de notitie verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen een stellige uitspraak opgenomen over dit onderwerp. Een stellige uitspraak is een uitspraak van de commissie BBV die we moeten volgen. Uitspraak: “De kosten van (klein en groot) onderhoud zijn niet levensduurverlengend en mogen dus niet worden geactiveerd”. Bij de beantwoording van de vraag of we bepaalde kosten wel of moeten activeren, is het van belang om duidelijkheid te scheppen over wat onder onderhoud wordt verstaan. Hiervoor is de volgende indeling gemaakt;
Klein onderhoud; hierbij is sprake van periodieke kosten, die nodig zijn om het object in goede staat te houden. Kosten van klein onderhoud keren in principe jaarlijks terug en brengen we om die reden in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie.
Groot onderhoud; Dit betreft veelal maatregelen van ingrijpende aard die op een groot deel van het object worden uitgevoerd en na een langere gebruiksperiode worden verricht. Een voorbeeld hiervan is het (buiten) schilderwerk van een gebouw.
De kosten van groot onderhoud kunnen op twee manieren worden gedekt:
1. kosten in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie brengen;
2. kosten in het jaar van uitvoering ten laste brengen van een vooraf gevormde voorziening brengen.
Levensduur verlengende investeringen zijn investeringen ten behoeve van een bestaand actief die expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief. Uitsluitend in die gevallen mag geactiveerd worden. Voorbeelden zijn: het renoveren van een gebouw, levensduur verlengend onderhoud aan wegen. Het gaat hier dus niet om (groot) onderhoud. Onderhoud is niet levensduur verlengend, maar dient om het actief gedurende zijn levensduur in goede staat te houden.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.2
Onderhoudsuitgave versus investeringsuitgave
Onderdeel van Nota waarderen en afschrijven 2023 Eijsden-Margraten