1.. Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 een leegstandbeschikking vaststellen.

2.. Burgemeester en wethouders kunnen ook indien de eigenaar geen medewerking verleent aan het overleg bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2, een leegstandbeschikking vaststellen.

3.. In de leegstandbeschikking wordt bepaald of de woning geschikt is voor gebruik.