De provincie Noord Brabant heeft in de vorm van de Verordening Ruimte bindende regels vastgelegd voor ruimtelijke ontwikkelingen die direct geldend zijn voor gemeenten en de bestemmingsplanregels ‘overrulen’.
Verordening Ruimte 2014
Komgebieden
Artikel 4.3 uit de Verordening Ruimte 2014 bepaalt dat een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwbouw van woningen een verantwoording bevat over de wijze waarop de afspraken die gemaakt zijn in het regionaal ruimtelijke overleg worden nagekomen.
Een belangrijke afspraak in dit kader is dat de harde plancapaciteit voor de komende tien jaren niet meer dan 100% mag bedragen. Op het moment dat het huisvesten van arbeidsmigranten ertoe leidt dat er meer woningen gebouwd moeten worden voor de huisvesting van de Boekelse burger dan moet dit in de regio afgestemd worden. Als dit aangetoond kan worden dan worden er meer woningen ter beschikking gesteld.
Buitengebied
Artikel 7.7 uit de Verordening Ruimte 2014 bepaalt dat een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied regels stelt ter voorkoming van:
nieuwbouw van één of meer woningen;
zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen.
In de toelichting op de Verordening ruimte 2014 is het onderstaande opgenomen inzake arbeidsmigranten.
Er bestaan veel vragen rondom het voorzien in permanente opvang van (wisselende groepen) arbeidsmigranten in het buitengebied. Gebaseerd op de regeling in het eerste lid is het niet mogelijk om de functie van bedrijfsgebouw om te zetten naar een zelfstandige woonfunctie. Wel is een tijdelijk gebruik van bedrijfsbebouwing voor het huisvesten van bijvoorbeeld arbeidsmigranten mogelijk voor de piekopvang in een aantal maanden per jaar. Dit kan worden geregeld door middel van een omgevingsvergunning voor een planologische gebruiksactiviteit voor een bepaalde termijn op grond van artikel 2.12, tweede lid, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor de toepassing van dit artikel gelden specifieke wettelijke eisen. De gemeente dient te beoordelen of daaraan voldaan wordt.
Als het gaat om het bieden van een meer permanente opvangmogelijkheid voor arbeidsmigranten biedt de Verordening op grond van artikel 6.10 de mogelijkheid om een logiesfunctie toe te kennen aan een bedrijfsgebouw.
Artikel 6.10 geeft regels voor niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. In het Bouwbesluit wordt een logiesfunctie als volgt gedefinieerd: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen. In het genoemde artikel zijn verruimde mogelijkheden voor hergebruik van VAB’s opgenomen. Zo wordt onder een VAB-vestiging nu verstaan vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaand bestemmingsvlak of bouwblok. VAB-vestigingen zijn niet meer beperkt tot de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.
Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er mogelijkheden bestaan voor de permanente huisvesting van tijdelijke medewerkers. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat meerdere gemeenten, waaronder Zundert en Asten voor een langere periode dan zes maanden, wisselende groepen arbeidsmigranten toestaan. Hierbij mag echter geen sprake zijn van ‘wonen’.
Tijdens het jaarlijkse “R.O. overleg” met de provincie Noord Brabant op 19 november 2013 is het bovenstaande bevestigd. Er bestaan mogelijkheden om arbeidsmigranten zelfs jaarrond te vestigen. Er mag dan geen sprake zijn van zelfstandige bewoning, de medewerkers moeten werken op het eigen bedrijf, de tijdelijke medewerkers mogen maar een beperkt aantal maanden woonachtig zijn (mogelijkheid c.q. verplichting tot wisselende groepen).