Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Gemeentelijk beleid

Onderdeel van Ruimtelijke beleidsnotitie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten

Komplannen In de vigerende bestemmingsplannen van de kernen Boekel en Venhorst zijn geen specifieke regelingen opgenomen voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. In de begripsbepalingen behorende bij deze plannen is het begrip ‘woning’ als volgt omschreven: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. Hier zijn de mogelijkheden om tijdelijke arbeidsmigranten op te vangen dus zeer beperkt. In paragraaf 6.1 is jurisprudentie opgenomen waaruit blijkt dat tijdelijke arbeidsmigranten in principe geen huishouden kunnen vormen. Het is niet reëel om van tijdelijke arbeidsmigranten te verlangen om een woning te bemachtigen via de woningbouwstichting of om een zelfstandige woning te kopen. Dit kan wel verlangd worden van de ondernemer waar de arbeidsmigranten werkzaam zijn. Daar komt bij dat de meeste tijdelijke arbeidsmigranten of alleen of met een partner naar Nederland komen. Met overige personen kunnen zij over het algemeen geen huishouden vormen waardoor het erg kostbaar is om alleen of maximaal met zijn tweeën een woning te betrekken. Het bovenstaande kan verholpen worden door het aanpassen van de opgenomen definitie voor het begrip ‘huishouden’ in bestemmingsplannen. Wellicht is het verstandiger om een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op te nemen. Buitengebied 2005 De tijdelijke opvang van arbeidsmigranten in het buitengebied is reeds geregeld in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2005 (bestemming ‘Agrarisch bouwblok’). Het tijdelijk huisvesten van tijdelijke werknemers is hierin niet direct mogelijk gemaakt. Wel is er een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor tijdelijke huisvesting in bestaande gebouwen, in woonunits en in stacaravans. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid: een dergelijke huisvesting moet noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; de huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten; de huisvesting mag niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedragen; er wordt een maximum gesteld aan de gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van het nachtverblijf; burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing die geschikt wordt gemaakt voor het bieden van nachtverblijf voor zover nodig met het oog op bescherming van de belangen van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; burgemeester en wethouders trekken de vergunning in, indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijk grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is. Op meerdere plekken in Boekel is medewerking verleend aan de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers. Voor zover wij weten is tot op heden enkel medewerking verleend door uw college aan de huisvesting van arbeidsmigranten in bestaande bedrijfsgebouwen. De overige twee mogelijkheden (woonunits en caravans) zijn voor zover wij weten nimmer vergund. Wel is in een enkel geval een omgevingsvergunning verleend voor de huisvesting in stacaravans. De definitie die gehanteerd wordt voor een woning is als volgt: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding. Het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten in een (bedrijfs)woning in het buitengebied is op basis van de eerder weergegeven jurisprudentie zeer beperkt. Enkel wanneer meerdere bewoners één huishouden vormen is dit toegestaan. In paragraaf 6.1 is jurisprudentie opgenomen waaruit blijkt dat tijdelijke arbeidsmigranten over het algemeen geen huishouden vormen.

Rechtspraak bij dit artikel