Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Algemene jurisprudentie

Onderdeel van Ruimtelijke beleidsnotitie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten

Voordat we ingaan op de eventuele (on)mogelijkheden wat de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten (< 6 maanden) betreft, is het van belang om de nodige jurisprudentie erop na te slaan. In meerdere gemeenten zijn ze al aan het ‘stoeien’ geweest met het planologisch/juridisch regelen van dergelijke huisvesting. AbRS 21 november 2012 (LJN: BY3690) In deze uitspraak wordt aangegeven dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat, nu het begrip ‘wonen’ in het bestemmingsplan niet is gedefinieerd, ervan uit moet worden gegaan dat diverse woonvormen, waaronder de verhuur van kamers aan individuele huurders, zijn toegestaan, zodat er geen overtreding van de voorschriften van het bestemmingsplan plaatsvindt. AbRS 2 mei 2007 (LJN: BA4193) Uit deze uitspraak komt naar voren dat de bewoning door seizoensarbeiders van één pand niet de huisvesting van een huishouden in de gewone zin van het woord is en daarmee ook niet op één lijn te stellen is. Hierbij is immers geen sprake van de continuïteit in de samenstelling ervan, nu de seizoensarbeiders slechts ongeveer drie maanden in de panden zijn gehuisvest, en is evenmin sprake van onderlinge verbondenheid. De omstandigheden dat de seizoensarbeiders hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen zijn hiervoor onvoldoende.

Rechtspraak bij dit artikel