De gemeente kan voor met name grotere projecten als woningbouw en bedrijventerreinen diverse onroerende zaken verwerven. Daarbij wordt de gemeente vertegenwoordigd door ter zake deskundige ambtenaren of laat de gemeente zich vertegenwoordigen door een ter zake deskundige (taxateur, makelaar of rentmeester). De wederpartij wiens onroerende zaak moet worden verworven bezit in de meeste gevallen niet die deskundigheid en heeft de behoefte zich door een deskundige te laten bijstaan. Op basis van jurisprudentie is het gebruikelijk dat aan de wederpartij een vergoeding wordt toegekend voor de in redelijkheid gemaakte kosten van deskundige bijstand, omdat de bijstand heeft bijgedragen aan het bereikte akkoord.
Het berekenen van een percentage van de koopsom van de gemaakte kosten (de courtage) brengt met zich mee dat de deskundigenvergoeding niet in alle gevallen in redelijke verhouding staat tot de tijdsbesteding van de deskundige. In die gevallen ontstaat een onderhandelingssituatie over de hoogte van de courtage. Door substantieel verschil van inzicht over de redelijkheid van de courtage kan ongewenste druk op het slagen van de totale verwerving komen te staan.
Ten aanzien van de vergoeding van de deskundigenkosten zal in alle gevallen worden gekeken of het uitkeren van een vergoeding in het betreffende geval redelijk is. Daarna wordt gekeken of de vergoeding redelijk is in verhouding tot de geleverde inspanning/prestatie.
De vergoeding van de deskundigenkosten wordt in beginsel als volgt vastgesteld:
2% van de schadeloosstelling met een minimum van € 2.250,– en een maximum van € 20.000,– (excl. BTW).
De wederpartij en diens deskundigen worden in het begin van het onderhandelingstraject geïnformeerd. De vergoeding in de kosten van deskundige bijstand wordt uitsluitend betaald indien de wederpartij aantoont dat deskundige bijstand ook daadwerkelijk is verleend. Daarnaast is een voorwaarde voor de vergoeding van de deskundigenkosten dat partijen uiteindelijk overeenstemming hebben bereikt over de aankoop van de onroerende zaak of zaken.
Bovendien geldt te allen tijde dat partijen van bovengenoemd model kunnen afwijken als daartoe in redelijkheid aanleiding bestaat.