Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3.4

Oplossingsmogelijkheden

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bernheze 2023

Als er overeenstemming is over het te behalen resultaat, dan wordt gekeken naar hoe het resultaat bereikt kan worden. Daarbij wordt eerst gekeken wat iemand zelf kan oplossen. Een maatwerkvoorziening wordt alleen ingezet als daar een noodzaak voor is. De hiërarchie in het afwegingskader is in onderstaande opsomming aangegeven en wordt daaronder toegelicht. 1. Eigen kracht 2. Gebruikelijke hulp 3. Informeel netwerk & Mantelzorg 4. Andere wetgeving & Voorliggende voorzieningen 5. Algemene voorziening 6. Maatwerkvoorziening 1. Eigen kracht De Wmo is bedoeld om de eigen kracht te versterken en alle inwoners met of zonder beperking, te stimuleren om hun talenten en mogelijkheden te zien en in te zetten om ondersteuningsvragen op te lossen. Door hier in het vraagverhelderingsgesprek ruimte en aandacht aan te geven, oplossingsmogelijkheden aan te reiken of samen te zoeken naar een geschikte oplossing, kunnen mensen hun eigen kracht benutten en vergroten. Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met het aanschaffen van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die: - niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; - daadwerkelijk beschikbaar is; - een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; - financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Wat algemeen gebruikelijk is wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen. Deze zijn aan verandering onderhevig. Een fiets met trapondersteuning is hier een voorbeeld van. Het aanbod en de prijzen van voorzieningen in gewone winkels speelt hierbij een rol, maar ook jurisprudentie. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn een tandem, openbaar vervoer, thermostatische kranen en het lid zijn van een vereniging of club. Als een algemeen gebruikelijke voorziening met aanpassingen een passende oplossing biedt voor een pro-bleem, komen, in overeenstemming met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, alleen de aanpas-singen voor vergoeding in aanmerking. Financiële draagkracht Een voorziening kan financieel gedragen worden door een inwoner, als de kosten van de voorziening binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde netto bijstandsnorm. Ongeacht de hoogte van het daadwerkelijke inkomen. 2. Gebruikelijke Hulp Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waarvoor geen specifieke deskundigheid noodzakelijk is. De taak kan door partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten worden uitgevoerd. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend. Het gaat hierbij om de dagelijkse zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken, bezoek aan familie, instanties of een arts. Zorg die redelijkerwijs verwacht mag worden in de huiselijke kring. Bij het beoordelen of er sprake is van gebruikelijke hulp, is het van belang om toeval en willekeur te voorkomen. Het hangt af van de sociale relatie, welke zorg mensen elkaar moeten bieden. Hoe intiemer de relatie, des te meer hulp gebruikelijk is. Als het redelijk is dat mensen elkaar in een bepaalde situatie zorg bieden, bijvoorbeeld ouders aan hun kinderen, is dat niet vrijblijvend met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. Per situatie wordt bekeken of de huisgenoot ook daadwerkelijk in staat is tot het verlenen van gebruikelijke hulp. Als er bijvoorbeeld sprake is van een zeer korte levensverwachting, kan dit uit oogpunt van redelijkheid een reden zijn om geen gebruikelijke hulp te verlangen. Het gaat om een evenwicht tussen draagkracht en draaglast. 2a Gebruikelijke hulp door echtgenoten, ouders of huisgenoten Van echtgenoten, ouders en volwassen huisgenoten mag in beginsel worden verwacht dat zij gebruikelijke hulp bieden. Ook naast een fulltime baan of studie. Het kan hierbij gaan om huishoudelijke taken, maar ook om het begeleiden van kinderen binnen het normale patroon van dagelijkse begeleiding van ouders aan kinderen. Soms is de huisgenoot structureel een aantal dagen of nachten afwezig en kan hij dus niet de gebruikelijke hulp bieden. In dat geval kan het College ondersteuning inzetten voor taken die niet kunnen blijven liggen tot de huisgenoot weer thuis is. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze, één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of er sprake is van inwoning wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. 2b Gebruikelijke hulp door kinderen in het huishouden Kinderen bieden maar beperkt gebruikelijke hulp. Er moet zorgvuldig gekeken worden naar de bijdrage die op een bepaalde leeftijd van een kind verwacht mag worden. Hierbij spelen de ontwikkelfase, het psychosociaal functioneren én het feitelijke vermogen van het kind een rol. Dat blijft uiteindelijk altijd het uitgangspunt. Kinderen bieden geen gebruikelijke hulp als het gaat om het begeleiden van hun ouders of broertjes en zusjes. Bij hulp in het huishouden leveren kinderen wel een beperkte bijdrage afhankelijk van hun leeftijd. Hierbij wordt als richtlijn aangehouden: • Tot 5 jaar leveren kinderen geen bijdrage aan het huishouden. • Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen en kleding in de wasmand doen. • Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen naast bovengenoemde werkzaamheden hun eigen kamer op orde houden (bijvoorbeeld opruimen, bed verschonen en stofzuigen). • Van een 18 tot 21-jarige wordt verwacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Dat wil zeggen: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en één kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. • Inwonende kinderen vanaf 21 jaar worden geacht de huishoudelijke taken volledig over te nemen wanneer de inwoner uitvalt. Er wordt verwacht dat zij gebruikelijke hulp leveren. Ook al studeren zij, hebben ze een druk sociaal leven of een (bij) baan. 2c Gebruikelijke hulp Individuele Ondersteuning Gebruikelijke hulp is de dagelijkse begeleiding die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Hierbij is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen kortdurende en langdurige situaties. Hoofdregels: • Als er sprake is van een kortdurende situatie, wordt van de partner, ouder of inwonende huisgenoot verwacht dat hij gebruikelijke hulp verleent voor die periode. • Als er sprake is van een chronische situatie, wordt van de partner, ouder of inwonende huisgenoot verwacht dat hij gebruikelijke hulp verleent die redelijkerwijs van de huisgenoot verwacht kan worden. Voorbeelden van hulp die redelijkerwijs verwacht kan worden: • het bieden van begeleiding op het gebied van de maatschappelijke participatie. • het begeleiden bij het maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie, vrienden, huisarts, brengen en halen van school, sport, uitgaansleven etc. • het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijke huishouding horen, zoals het doen van de administratie. Ook het leren omgaan van derden, zoals familie en vrienden, met de persoon met beperkingen (waaronder kinderen). • het aanleren van handelingen op het gebied van persoonlijke verzorging. • het bieden van enig toezicht. De aard en mate hiervan is afhankelijk van de situatie. Daarnaast wordt in het persoonlijke netwerk van de inwoner gezocht naar aanvullende ondersteuning op basis van vrijwilligheid of wederkerigheid. Hierbij kan gedacht worden aan één van de kinderen die de inwoner helpt bij het maken van en begeleiden naar afspraken, een tante die ondersteunt bij de administratie of buren die telefonisch de ‘vinger aan de pols’ houden. Ook kan gedacht worden aan een maatje die de inwoner ergens heen begeleidt, een telefooncirkel en het inschakelen van een sport-, muziek- of andere vereniging. Wanneer wel gebruikelijke hulp: - In beginsel is alle hulp door ouders, door partners onderling, door inwonende kinderen en/of andere huisgenoten gebruikelijk, als er sprake is van een kortdurende situatie. Er is uitzicht op herstel van het probleem en de zelfredzaamheid. Ondersteuning is daarna niet langer nodig. - Als het gaat om een chronische situatie is de hulp van een volwassene gebruikelijk, wanneer die hulp door iemand uit de leefeenheid wordt geboden bij het bezoeken van familie, vrienden, huisarts enzo-voorts en het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie. Ook hier is weer van toepassing: de taken kunnen gedaan worden. Er is geen specialis-tische kennis voor nodig. - Afhankelijk van de hulp en ondersteuning die nodig is, wordt van eerste-, tweede-, en derdegraads familieleden verwacht dat zij gebruikelijke hulp bieden zoals bijvoorbeeld administratieve taken (ECLI:NL: CRvB 2021:1114). - Het leren omgaan van derden met de inwoner met een beperking, chronisch psychische of psychiatrische aandoening is gebruikelijke hulp. Van ouders wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze professionals instrueren hoe om te gaan met de beperkingen van hun kind. 3. Informeel netwerk & Mantelzorg Het informeel netwerk verwijst naar de sociale context waarin de inwoner leeft. Het beslaat het gezin, familie, vrienden, de buurt waarin iemand woont, zijn werkomgeving en de sociale groepen waartoe de inwoner behoort. Het netwerk is vaak bereid om (een deel van) de ondersteuning te bieden of voor de inwoner te organiseren. Deze ondersteuning geboden vanuit het informeel netwerk wordt in sommige gevallen mantelzorg genoemd. Mantelzorg is ondersteuning die mensen langdurig en onbetaald verlenen aan een persoon met beperkingen uit hun directe omgeving. De ondersteuning wordt meestal geboden vanuit de persoonlijke band die mantelzorgers hebben met degene die zij ondersteunen. Om overbelasting te voorkomen wordt vanuit de gemeente ondersteuning geboden aan mantelzorgers. Datgene wat nodig is om de mantelzorger (tijdelijk) te ontlasten in een situatie van (dreigende) overbelasting, kan onderdeel uitmaken van een maatwerkvoorziening. Van belang hierbij is de balans tussen draagkracht en draaglast. Mantelzorg is niet afdwingbaar. Het College hecht veel waarde aan de inzet van Mantelzorgers. Daarom is voor Mantelzorgers een Uitvoeringsplan 2021 - 2025 vastgesteld. 4. Andere wetgeving & voorliggende voorzieningen Wetten zoals: • de Wet langdurige zorg (Wlz) • de Zorgverzekeringswet (Zvw) • de Jeugdwet inclusief verlengde Jeugdwet • de Participatiewet • Overige wetten kunnen voorliggend zijn of van toepassing zijn in plaats van de Wmo. De verantwoordelijkheid van het College houdt op als iemand een blijvende behoefte aan permanent toezicht heeft of 24 uur per dag zorg in de directe nabijheid nodig is. De zorg valt dan onder de Wlz. Voor ondersteuningsvragen van inwoners jonger dan 18 jaar op het gebied van zelfredzaamheid en participatie is de Jeugdwet voorliggend, met uitzondering van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoel-voorzieningen. Bij wijze van uitzondering kan de Jeugdwet (en daarmee de voorliggende voorziening) verlengd van toepassing zijn tot en met 23 jaar. Bijvoorbeeld door het verlengen van pleegzorg tot en met 21 jaar of zorg op basis van de jeugdreclassering. Het College onderzoekt altijd of, gelet op de persoon en zijn situatie, ondersteuning vanuit voorliggende voorzieningen passend en geschikt zijn om de beperkingen te compenseren. 5. Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn voorzieningen in het dorp of de kern om de samenleving zo goed mogelijk te laten functioneren en ter versterking van de eigen kracht en het netwerk van inwoners van de gemeente. Deze voorzieningen maken mede de onderlinge hulp en ondersteuning van inwoners mogelijk. Ze zijn toegankelijk voor alle inwoners, zowel inwoners met een ondersteuningsvraag als inwoners die ondersteuning willen en/of kunnen bieden. Algemene voorzieningen waar inwoners in het kader van de Wmo op kunnen rekenen zijn: • Informatie en advies via WegWijzer • Ondersteuning ter versterking van vrijwillige inzet en informele netwerken • Ondersteuning ter activering en participatie • Ondersteuning voor mantelzorgers • Collectieve ondersteuning vanuit maatschappelijke dienstverlening Een algemene voorziening kan een voorliggend en volwaardig alternatief zijn voor een maatwerkvoorziening. Of dit in een individueel geval ook zo is, moet worden onderzocht. Wanneer een algemene voorziening naar het oordeel van het College een voldoende passende oplossing biedt, wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt. Voorbeelden van algemene voorzieningenzijn: • Algemeen maatschappelijk werk • Buurtbus • Onafhankelijke Cliëntondersteuning: OCO’s en Mantelzorgmakelaars • Formulierenbrigade • Klussendiensten • Eetpunten of maaltijdservice • Sociaal-culturele voorzieningen ONS welzijn biedt diverse vormen van ondersteuning die vrij toegankelijk zijn en kan praktische hulp en ondersteuning bieden in en om huis. Voorbeelden hiervan zijn: • Oppasdienst • Bezoekservice • Erop-uit-service • Tuinonderhoud • Thuisadministratie • Boodschappendienst Een algemene voorziening kan ook zijn een aanbod van diensten of activiteiten dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en gericht op maatschappelijke ondersteuning. Een algemene voorziening kan aangeboden worden door een door het College hiervoor aangewezen aanbieder. In dat geval kan het College een bijdrage in de kosten vragen, niet zijnde de eigen bijdrage CAK. Dit doet het College nog niet. 6. Maatwerkvoorziening Een inwoner kan voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komen als andere oplossingen niet of niet voldoende tot een oplossing leiden. Voor een maatwerkvoorziening is een indicatie Wmo nodig en er kan een eigen bijdrage CAK worden gevraagd. In hoofdstuk 3 zijn de maatwerkvoorzieningen opgenomen die door het College worden ingezet ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner en de mantelzorger.

Rechtspraak bij dit artikel