Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

  • - op verzoek van de vergunninghouder;
  • - wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de parkeervergunning is verleend;
  • - wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
  • - wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
  • - wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan;
  • - wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
  • - wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
  • - om redenen van openbaar belang.