Parkeernormen stellen eisen aan de te realiseren parkeercapaciteit bij nieuwbouw. De gemeente bepaalt de hoogte van deze normen. De parkeerkencijfers van het CROW dienen hierbij als richtlijn. Deze getallen zijn gebaseerd op de huidige situatie.
De afgelopen jaren hebben diverse grotere steden hun parkeernormen (fors) verlaagd (o.a. Rotterdam, Utrecht en Nijmegen). Amsterdam heeft in haar Nota Parkeernormen (2017) voor A-locaties zelfs geen minimum parkeernorm meer opgenomen. De reden voor deze gemeenten om hun parkeernormen te verlagen heeft te maken met ondersteuning van onder andere de volgende bovenliggende ambities: verbeteren kwaliteit openbare ruimte, stimuleren lopen, fietsen en gebruik openbaar vervoer, beter benutten van bestaande parkeerplaatsen en realisatie van betaalbare woningen.
Het verlagen van parkeernormen lijkt haaks te staan op de trend van alsmaar toenemend autobezit (zie paragraaf 2.2). Belangrijk aandachtspunt bij het toepassen van lagere parkeernormen is dat dit veelal samen gaat met een sterk sturend parkeerregimes. Zonder parkeerregulering kan immers niet worden voorkomen dat bewoners van het betreffende complex de auto op straat parkeren, waardoor de parkeerdruk in de omgeving toeneemt en/of problemen in de betreffende woonwijk ontstaan.
Het specifieke karakter van Landsmeer en het ontbreken van grootschalige parkeerregulering in de gemeente vragen om locatie-specifieke parkeernormen (zie paragraaf 5.3).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Steeds vaker minder parkeerplaatsen bij nieuwbouw
Onderdeel van Parkeernota Landsmeer 2021-2025