Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.8

Parkeren gehandicapten en huisartsen

Onderdeel van Parkeernota Landsmeer 2021-2025

De gemeente Landsmeer hecht grote waarde aan het zelfstandig kunnen functioneren van gehandicapten, waarbij de eigen mobiliteit, zonder hierbij afhankelijk te zijn van derden, zoveel mogelijk dient te worden gewaarborgd. Bij het instellen van gehandicaptenparkeerplaatsen wordt de komende jaren uitgegaan van onderstaande punten. Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen (AGPP’s) worden doorgaans gerealiseerd bij voorzieningen en openbare instellingen waar regelmatig gehandicapte personen komen. Een landelijke richtlijn is dat op 50 ‘gewone’ parkeerplaatsen één AGPP beschikbaar moet zijn. Bij nieuw te bouwen instellingen houden we rekening met het aanleggen van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen conform de richtlijnen van het CROW. Het uitgangspunt hierbij is dat instellingen / voorzieningen waar een gehandicapte uit medische noodzaak naar toe moet gaan, over tenminste één algemene gehandicaptenparkeerplaats in de nabijheid van de ingang beschikt. Als een instelling om meerdere algemene AGPP’s verzoekt, dan dient daarvoor een onderbouwing te worden gegeven. Bestaande instellingen die niet over een algemene gehandicaptenparkeerplaats beschikken kunnen deze aanvragen bij de gemeente. Een algemene gehandicaptenparkeerplaats kan worden opgeheven als de openbare voorziening waarvoor deze is ingesteld ophoudt te bestaan. We voeren, zodra de situatie rondom COVID-19 weer genormaliseerd is, een nieuw parkeeronderzoek uit waarbij we de algemene gehandicapten-parkeerplaatsen en het gebruik daarvan inventariseren. Op basis hiervan bekijken we of uitbreiding van het aantal algemene gehandicaptenparkeerplaatsen noodzakelijk is. Een persoonlijke gehandicaptenparkeerplaats wordt toegekend aan gehandicapte inwoners van Landsmeer die in het bezit zijn van een landelijke gehandicaptenparkeerkaart bestuurder (GPK-B) en geen eigen parkeergelegenheid hebben in de directe nabijheid van hun woning. De gemeente houdt bij de toewijzing van een gehandicaptenparkeerplaats zoveel mogelijk rekening met de voorkeur van de aanvrager, maar houdt het recht een andere plaats toe te wijzen. Voor bezitters van een passagierskaart (P) geldt dat zij in principe niet voor een gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking komen. Deze regels leggen we vast in de op te stellen ‘Beleidsregels gehandicapten-, deelauto’s en andere bijzondere parkeerplaatsen’ zodat dit voor iedereen duidelijk is. In de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (een ministeriële regeling) zijn de criteria voor de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten opgenomen. Automobilisten die in het bezit zijn van een Europese gehandicaptenparkeerkaart kunnen onbeperkt in de blauwe zone parkeren. Zij zijn vrijgesteld van de parkeerduurbeperking. Met de Europese gehandicaptenparkeerkaart kan ook worden geparkeerd op een algemene invalidenparkeerplaats. We hebben op dit moment geen beleid voor het toekennen van belanghebbenden parkeerplaatsen aan huisartsen. Bij een aanvraag beoordelen we nu nut en noodzaak per individueel geval. Dit laat ruimte voor interpretatie. We nemen in de ‘Beleidsregels gehandicapten-, deelauto’s en andere bijzondere parkeerplaatsen’ criteria voor gereserveerde parkeerplaatsen op. Uitgangspunt hierbij is dat een aanvraag voor een artsenparkeerplaats wordt beoordeeld aan de hand van de volgende beleidsuitgangspunten: de huisarts heeft een praktijk in de gemeente, er wordt alleen een voorziening aangebracht op de locatie waar de praktijk is gevestigd, bij een verzamelpraktijk wordt slechts één voorziening aangelegd, indien er parkeermogelijkheden op eigen terrein zijn dan worden op de openbare weg geen voorzieningen aangebracht. Een artsenparkeerplaats wordt ingetrokken in de volgende situaties: bij verhuizing van de aanvrager; bij overlijden van de aanvrager; bij het opheffen van de praktijk in de gemeente. Aan alle andere doelgroep worden geen belanghebbendenparkeerplaatsen in de openbare ruimte toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel